Indien de uitgifte van een reststrook een negatieve invloed heeft op de stedenbouwkundige structuur, dan wel landschapskundige- en/of planologische opzet, komt de reststrook niet voor uitgifte in aanmerking. Uitgifte van een reststrook is te overwegen in geval:
uitgifte geen afbreuk doet aan de stedenbouwkundige structuur/opzet van de wijk;
inrichting van de reststrook volgens de planologische mogelijkheden niet leidt tot aantasting van het straatbeeld of zichtlijnen; en
de reststrook geen cultuurhistorische waarde heeft.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.2.
Artikel 2.2.8.
De structuur van de wijk
Onderdeel van Beleidsregel reststroken gemeente Asten 2025