Indien de uitgifte van een reststrook een negatieve invloed heeft op de stedenbouwkundige structuur, dan wel landschapskundige- en/of planologische opzet, komt de reststrook niet voor uitgifte in aanmerking. Uitgifte van een reststrook is te overwegen in geval:
- - uitgifte geen afbreuk doet aan de stedenbouwkundige structuur/opzet van de wijk;
- - inrichting van de reststrook volgens de planologische mogelijkheden niet leidt tot aantasting van het straatbeeld of zichtlijnen; en
- - de reststrook geen cultuurhistorische waarde heeft.