Ieder raadslid kan mondelinge vragen stellen aan het college over onderwerpen die niet op de agenda staan. Dit kan op een vast moment tijdens de raadsvergadering.
Raadsleden die mondelinge vragen willen stellen melden dit, ten minste 24 uur voor aanvang van de raadsvergadering en onder aanduiding van het onderwerp, bij de voorzitter.
De voorzitter bepaalt de volgorde waarin aangemelde onderwerpen voor mondelinge vragen aan de orde worden gesteld.
De voorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd voor de vragensteller, voor het college, voor de burgemeester en voor de overige raadsleden.
Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een toelichting daarop te geven.
Na de beantwoording door het college of de burgemeester krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen.
Vervolgens kan de voorzitter aan andere raadsleden het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college of de burgemeester vragen te stellen over hetzelfde onderwerp.
Hoofdstuk 3
Artikel 41
Mondelinge vragen
Onderdeel van REGLEMENT VAN ORDE VOOR DE VERGADERINGEN EN ANDERE WERKZAAMHEDEN AANGAANDE DE GEMEENTERAAD VAN WAALRE 2026