Naar hoofdinhoud

Artikel 15.

Bijzondere bepalingen

Onderdeel van Nadere regels gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Houten 2026

1.. De werkzaamheden als hierboven omschreven mogen niet worden verricht: binnen één maand na de begraving en bij slechte terreingesteldheid, bijvoorbeeld vorst in de grond of tijdens opdooi. 2.. Afval ontstaan bij de werkzaamheden behoort te worden verwijderd. 3.. Gebreken ontstaan ten gevolge van onvakkundig gebruik of plaatsing, behoren op een eerste aanzegging daartoe te worden hersteld. 4.. Transport kan niet overal, afzettingen mogen niet worden verwijderd. 5.. Schade ontstaan als gevolg van het gebruik van transportmiddelen en of hulpmiddelen wordt hersteld voor rekening van de veroorzaker. 6.. Banken of andere zitmeubelen op of naast de graven zijn niet toegestaan en worden meteen verwijderd zonder dat aanspraak gemaakt kan worden op vergoeding. 7.. De beheerder is gerechtigd zonder voorafgaande kennisgeving dode en uitgebloeide planten en bloemen en andere ontsierende elementen te verwijderen.

Rechtspraak bij dit artikel