De gemeente Eersel heeft voor de invulling van haar wegbeheer de beschikking over de volgende budgetten: Per budget is schuin gedrukt aangegeven welk type onderhoud, conform figuur 8, uit dit budget wordt bekostigd.
Voorziening planmatig onderhoud wegen. Groot onderhoud exclusief deklagen
Exploitatiebudget dagelijks onderhoud wegen. Dagelijks klein onderhoud
Individuele projectbudgetten (kapitaallasten). Rehabilitaties/reconstructies
Deklaagvervangingen*. Deklaagvervangingen
* Het budget voor deklaagvervangingen wordt in 2026 toegevoegd aan de begroting.
1.Voorziening planmatig onderhoud wegen
De voorziening planmatig onderhoud wegen wordt gebruikt voor het uitvoeren van een groot deel van het benodigd wegonderhoud op het wegennet van de gemeente Eersel waaronder:
het uitvoeren van groot onderhoudsmaatregelen zoals het herstraten van hele voetpaden/rijbanen en het aanbrengen van oppervlaktebehandelingen;
het uitvoeren van onderhoud op kunstwerken (o.a. bruggen en houten knuppelpaden);
markeringen.
De jaarlijkse storting in de voorziening bedroeg in 2024 ca. € 950.000,- per jaar. Naar aanleiding van het raadbesluit ‘Risico gestuurd wegbeheer’ is de storting opgehoogd naar € 1.072.000 in 2025. Dit bedrag was ook voor de jaren daarop voorzien maar vanwege de opgelegde bezuinigingen is de storting in de voorziening voor 2026 en verder verlaagd naar € 485.000 + € 60.000 degeneratiekosten voor kabels en leidingwerkzaamheden. Ter compensatie van de lagere storting in de voorziening worden deklagen geactiveerd.
Tabel 10: Uitgaven/ inkomsten en saldo voorziening 2025-2030
Jaar
Uitgaven
Inkomsten
Degeneratie*
Saldo voorziening 31/12
2025
€ 700.000
€ 1.012.000
€ 60.000
€ 3.000.000
2026-2030 (jaarlijks)
Zie paragraaf 5.3
€ 485.000
€ 60.000
Zie paragraaf 5.2.1 - 5.2.5
*Voor degeneratie is gerekend met € 60.000 geraamde inkomsten vanuit degeneratiekosten kabels en leidingen. Werkelijke inkomsten kunnen hiervan afwijken
2.Exploitatie (dagelijks klein onderhoud en markeringen)
Binnen het exploitatiebudget dagelijks onderhoud wegen worden door de buitendienst kleinschalige herstelwerkzaamheden op asfalt en elementenverhardingen uitgevoerd die voortkomen uit meldingen, klachten of incidenten. De werkzaamheden worden waar mogelijk binnen korte termijn na het ontvangen van de melding hersteld. Deze herstelwerkzaamheden staan los van het planmatig klein onderhoud dat via de voorziening wordt uitgevoerd.
Binnen het exploitatiebudget dagelijks klein onderhoud worden tevens de versleten markeringen onderhouden.
Het totale exploitatiebudget dagelijks klein onderhoud budget was in 2024 € 111.200,-- en stijgt vanaf 2025 geleidelijk door naar € 167.600,-- in 2027-2030.
Tabel 11: budget dagelijks klein onderhoud verhardingen en markering
3.Kapitaallasten deklaagvervanging
De voorziening planmatig onderhoud wegen wordt niet gebruikt voor het uitvoeren van deklaagvervangingen. Deklaagvervangingen, waarbij de deklaag of de deklaag en tussenlaag worden vervangen, worden opgenomen in het investeringsprogramma deklaagvervangingen. Deze investeringen worden als kapitaallast in 20 jaar afgeschreven. Dit sluit aan op de verwachtte levensduur van een nieuwe deklaag, inclusief tussentijds levensduur verlengend onderhoud.
Tabel 12: budget kapitaallasten deklaagvervanging
Kapitaallasten deklaagvervanging
2025
2026
2027
2028
2029
2030
Jaarlijks investering
€ 0
€ 500.000
€ 500.000
€ 500.000
€ 500.000
€ 500.000
Totale kapitaallast meerjarig
€ 0
€ 15.625
€ 46.719
€ 77.500
€ 107.969
€ 138.125
Het budget voor deklaagvervangingen wordt vanaf 2026 toegevoegd aan de begroting. Uitgegaan is van een jaarlijkse investering van € 500.000,-. De jaarlijkse kapitaallasten lopen cumulatief op naar €138.125 in 2030.
4. Kapitaallasten rehabilitatie wegen
De voorziening planmatig onderhoud wegen wordt niet gebruikt voor het uitvoeren van rehabilitaties (vervangingen). Rehabilitaties en reconstructies, waarbij de gehele wegconstructie wordt vervangen en nieuwe materialen worden toegepast, worden opgenomen in het investeringsprogramma. Deze investeringen werden tot 2025 als kapitaallast in 60 jaar afgeschreven. Deze afschrijvingstermijn is erg hoog. Een gemiddelde verharding gaat 40 tot 50 jaar mee. Door de afschrijvingstermijn aan de maximale levensduur te koppelen ontstaat het risico dat vervanging eerder nodig is dan dat de kapitaallast is afgeschreven. Voor de periode 2026-2030 is de afschrijvingstermijn daarom aangepast naar 40 jaar. De projectbudgetten voor rehabilitaties wordt per project aangevraagd. Er is geen vast budget beschikbaar. In de afgelopen periode is jaarlijks circa € 2,5 miljoen gemiddeld besteed aan vervangingen van verhardingen.