**1..** Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g. onderdeel 4, 5 en 6 van de wet kan voor een voorziening als bedoeld in artikel 8 in aanmerking worden gebracht, indien deze:
de ouderdom van 75 jaar of ouder heeft bereikt; of
behoort tot de groep chronisch zieken en gehandicapten.
**2..** Tot de in het eerste lid onder b. genoemde groep behoort de persoon die:
een indicatie geeft voor AWBZ-zorg;
in aanmerking is gebracht voor hulp bij het huishouden, een woon-, rolstoel- of vervoersvoorziening ingevolge de Wet maatschappelijke ondersteuning;
in aanmerking is gebracht voor een invalidenparkeerkaart;
die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, of de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van ten minste 80% dan wel recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van hoofdstuk 6 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen;
ten minste op jaarbasis 180 dagdoseringen gebruikt van een door een huisarts of specialist voorgeschreven geneesmiddel; of
door een door burgemeester en wethouders aangewezen adviesinstantie als chronisch ziek of gehandicapt is aangemerkt.
Hoofdstuk 4
Artikel 9.
Het recht op een Thuisabonnement
Onderdeel van Wmo- Verordening Maaltijdservice, Sociale Alarmering en Thuisabonnement