**1..** Als draagkracht wordt in aanmerking genomen 50% van het inkomen voor zover dit inkomen meer is dan 130% van de bijstandsnorm;
**2..** In afwijking van het eerste lid, wordt de draagkracht bij een belanghebbende die deelneemt aan een minnelijke schuldregeling aansluiting gezocht bij de bepaling van de draagkracht van een belanghebbende in de WSNP;
**3..** In afwijking van het eerste lid wordt een belanghebbende met een inkomen waarop executoriaal beslag ligt, geacht geen draagkracht te hebben.
**4..** In afwijking van het eerste lid, wordt als draagkracht 100% in aanmerking genomen van het inkomen voor zover dit inkomen meer is dan 100% van de bijstandsnorm als het bijzondere bijstand betreft voor:
De kosten van wonen;
De kosten van bewindvoering, mentorschap en curatele;
De gemeentelijke belastingen en waterschapsheffingen als men niet voor kwijtschelding belastingen in aanmerking komt;
Tegemoetkoming kosten voor kinderopvang.
**5..** Voor het vaststellen van de draagkracht in het vermogen, zoals bedoeld in artikel 35 van de wet, wordt het vermogen boven het vrij te laten vermogen zoals bedoeld in artikel 34 van de wet in aanmerking genomen;
**6..** Het vermogen in het huis en het bijbehorende erf wordt niet meegerekend. Bij het bepalen van de draagkracht wordt rekening gehouden met eventuele lagere woonlasten, gebaseerd op de basisnorm voor huurlasten.
**7..** De compensatie die slachtoffers van de toeslagenaffaire hebben ontvangen op grond van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, wordt niet meegerekend als inkomen of vermogen voor bijzondere bijstand in het jaar van ontvangst. Deze vrijstelling geldt ook voor de jaren 2022 tot en met 2028, zolang de compensatie nog niet is besteed. Aankopen van beleggingen en crypto’s worden als besteding gezien. Alle inkomsten uit de compensatie worden wel als middelen beschouwd bij de uitvoering van de bijzondere bijstand.
**8..** Een vermogensvrijlating geldt ook voor schadevergoedingen uitwonendenbeurs die verband houden met de herziening van de door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap genomen besluiten inzake:
herziening van het recht op studiefinanciering;
terugvordering van studiefinanciering; en
boete,
die zijn genomen op grond van de controlewerkwijze waarvan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft geconstateerd dat sprake was van indirecte discriminatie.
**9..** Voor de in de artikelen 8, 9 en 10 van deze beleidsregels genoemde kostensoort geldt dat er geen aanspraak gemaakt kan worden op een tegemoetkoming als er sprake is van een inkomen hoger dan 130% van de bijstandsnorm.
Hoofdstuk 2.
Artikel 4.
Vaststellen van de draagkracht
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand 2026 gemeente Soest