Naar hoofdinhoud

Artikel 6.

Aflossing

Onderdeel van Beleidsregel Krediethypotheek gemeente Soest 2026

1.. Aflossing van de geldlening vindt plaats gedurende ten hoogste tien jaar. 2.. De maandelijkse aflossing vangt aan op het moment van beëindiging van de bijstandsverlening. 3.. Het maandbedrag van de aflossing wordt telkens voor een periode van 2 jaar vastgesteld. 4.. Bij de berekening van de hoogte van het alsdan maandelijks af te lossen bedrag wordt aansluiting gezocht bij de draagkrachtberekening zoals die geldt bij het beleid met betrekking tot het recht op en de vorm van bijzondere bijstand. Concreet betekent dit als belanghebbende volgens de draagkrachtberekening de aflossing van de geldlening in een periode korter dan 10 jaar kan voldoen, wordt dit verwacht van belanghebbende. 5.. Indien omstandigheden daartoe aanleiding geven stelt het college, zo nodig tussentijds, het maandbedrag van de aflossing op een lager dan wel hoger bedrag vast. 6.. Indien belanghebbende tijdens de aflossingsperiode van tien jaar nalatig is in het voldoen van de vastgestelde aflossing, is het nog niet afgeloste deel van de geldlening terstond opeisbaar en is daarover tevens de wettelijke rente verschuldigd.

Rechtspraak bij dit artikel