Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3: › Paragraaf

Artikel 10:

Samenstelling, plaatsvervanging en zittingsduur

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling RID Utrecht”.

1. Het dagelijks bestuur bestaat uit een voorzitter, een secretaris en een algemeen lid. Tenminste één van de leden van het dagelijks bestuur, niet zijnde de voorzitter, wordt benoemd op basis van zijn of haar deskundigheid over de taakgebieden van deze regeling. 2. De leden van het dagelijks bestuur worden aangewezen door en uit het algemeen bestuur. Zij worden aangewezen in de eerste vergadering van het algemeen bestuur nadat overeenkomstig artikel 7 de leden van het algemeen bestuur zijn aangewezen. 3. Het algemeen bestuur kan, in afwijking van het tweede lid, op voorstel van het dagelijks bestuur, maximaal één lid van buiten de kring van het algemeen bestuur benoemen tot lid van het dagelijks bestuur. Dit lid mag geen lid van de raden of colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten of het dagelijks bestuur van de RDWI zijn, danwel een dienstbetrekking hebben bij één van de deelnemers. Dit lid wordt voor een periode van vier jaar benoemd op basis van zijn kennis op de taakgebieden van deze regeling. 4. De aanwijzing van leden van het dagelijks bestuur ter vervulling van plaatsen die openvallen, vindt plaats binnen twee maanden na de melding van de opengevallen plaats. 5. Het lidmaatschap van het dagelijks bestuur eindigt indien het lid ophoudt lid te zijn van het algemeen bestuur. Het externe lid treedt af nadat de zittingstermijn is verstreken. 6. Een lid van het dagelijks bestuur kan door het algemeen bestuur worden ontslagen, als dit lid niet meer het vertrouwen van het algemeen bestuur geniet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel