1. De bestuursorganen van de RID worden bijgestaan door een directeur, aan wie in het dagelijks bestuur een adviserende stem toekomt.
2. De directeur vervult ten behoeve van het algemeen bestuur en ten behoeve van het dagelijks bestuur de functie van ambtelijk secretaris.
3. De directeur is belast met de dagelijkse leiding van de RID.
4. De directeur ondertekent mede alle stukken die van het algemeen en dagelijks bestuur uitgaan.
5. De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de directeur worden vastgelegd in een statuut. Het statuut wordt vastgesteld door het dagelijks bestuur.
6. De directeur is bestuurder in de zin van de Wet op ondernemingsraden.
7. Het dagelijks bestuur wijst de functionaris aan die als plaatsvervanger optreedt voor de directeur in geval van diens afwezigheid voor langere duur.
HOOFDSTUK 5:
Artikel 17:
Functie, Benoeming en Taken
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling RID Utrecht”.