Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 10:

Artikel 28:

Uittreding

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling RID Utrecht”.

1. De daartoe bevoegde bestuursorganen kunnen bepalen dat een deelnemer uittreedt. 2. Van het besluit als bedoeld in het voorgaande lid wordt uiterlijk drie kalendermaanden vóór het einde van het kalenderjaar kennisgeving gedaan aan het algemeen bestuur. Voordat een deelnemer een kennisgeving doet, wordt het dagelijks bestuur verzocht om te inventariseren welke consequenties de uittreding heeft voor de RID, de uittredende deelnemer en de overige deelnemers. Het dagelijks bestuur maakt een quick-scan die indicatief van aard is, maar niet bindend. De kosten voor de quickscan komen voor rekening van de deelnemer die om de inventarisatie vraagt. 3. Uittreding is te alle tijde mogelijk, mits daarvan met een opzegtermijn van tenminste één kalenderjaar, van tevoren schriftelijk aankondiging is gedaan. 4. De financiële gevolgen van uittreding, inclusief de daardoor ontstane frictie- en desintegratiekosten, komen voor rekening van de uittredende deelnemer. Onder desintegratiekosten worden verstaan de kosten die te maken hebben met (de afbouw van) de overcapaciteit die kan ontstaan in de personele en de materiële sfeer. Basis voor de berekening van de desintegratiekosten is de begroting van het jaar waarin tot uittreden wordt besloten. Voor de afbouwperiode wordt een periode van vier jaar gehanteerd. 5. De kosten die niet direct aan de uittredende deelnemer kunnen worden toegerekend (de vaste kosten van De RID), worden berekend via de dan geldende verdeelsleutel voor een termijn van maximaal vier jaar, waarbij een afbouw wordt gebruikt dat de uittredende partij het eerste jaar na uittreding 100% van dat bedrag betaald, het tweede jaar na uittreding 75%, het derde jaar 50% en het vierde jaar 25%. 6. De RID doet redelijkerwijs al het mogelijke om de kosten voor de uittredende deelnemer zo laag mogelijk te houden. Het algemeen bestuur doet met de deelnemer die wil uittreden onderzoek naar de mogelijkheid om desintegratiekosten te verminderen.. 7. Voor de vaststelling van de financiële gevolgen als bedoeld in lid 4 wordt door de RID en de uittredende gemeente gezamenlijk advies gevraagd aan een onafhankelijke externe deskundige. De kosten voor het inschakelen van de deskundige zijn voor rekening van de uittredende gemeente. 8. Het algemeen bestuur stelt voorwaarden voor uittreding vast, gebaseerd op het advies van de externe, bedoeld in het vorige lid. Het algemeen bestuur kan alleen gemotiveerd afwijken van dit advies, onverminderd het recht op schadevergoeding van de uittredende deelnemer bij afwijking. 9. Van elk besluit tot toe- of uittreding van een deelnemer wordt terstond kennis gegeven aan de deelnemers en aan het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel. 10. De verschuldigde uittredingskosten worden in het jaar van uittreden betaald door de uittredende deelnemer.

Rechtspraak bij dit artikel