Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 10:

Artikel 31:

Ontbinding en liquidatie

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling RID Utrecht”.

1. De regeling kan worden ontbonden, op voorstel van het algemeen bestuur, gelezen artikel 9 Wgr, bij een daartoe strekkend besluit van de daartoe bevoegde bestuursorganen van tenminste tweederde van de deelnemers. 2. Het algemeen bestuur stelt een liquidatieplan op ter vereffening van het vermogen van de regeling, dat gebruikt dient te worden, ingeval een besluit tot ontbinding van de gemeenschappelijke regeling, als bedoeld in het vorige lid wordt genomen. Een zodanig besluit wordt met een tweederde meerderheid genomen, conform de zienswijzenprocedure ex artikel 10 lid 5 en 6 Wgr. 3. Het liquidatieplan voorziet in de verplichtingen van de gemeenten ter zake de financiële gevolgen van de ontbinding de regeling. 4. Het liquidatieplan voorziet in de gevolgen die de ontbinding heeft voor het personeel. 5. Het liquidatieplan voorziet in de verplichting van de deelnemers alle rechten en verplichtingen van de gemeenschappelijke regeling over de deelnemers te verdelen op een in het plan te bepalen wijze. 6. Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van de liquidatie. 7. Van het besluit tot ontbinding of tot wijziging van deze regeling wordt terstond bericht gezonden aan de deelnemers en Gedeputeerde Staten, almede naar het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel van het ressort waaronder de regeling valt. 8. De organen van de gemeenschappelijke regeling blijven ook na het tijdstip van ontbinding in functie, totdat de vereffening is voltooid. 9. Gedurende de vereffening wordt de aanduiding van de regeling aangevuld met de afkorting van ‘in liquidatie’, zodat het opschrift komt te luiden: “(naam GR i.l.)”.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel