1. Aan het algemeen bestuur van de RID worden geen bevoegdheden van de colleges van de gemeenten of het dagelijks bestuur van de RDWI overgedragen.
2. De colleges van de gemeenten en het dagelijks bestuur van de RDWI machtigen het bestuur van de RID om namens hen rechtshandelingen en feitelijke handelingen te verrichten om te komen tot goede ICT-dienstverlening, als bedoeld in artikel 3, waaronder het namens partijen beslissen tot en verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen als bedoeld in artikel 160, eerste lid aanhef en onder d en artikel 171 Gemeentewet, onderscheidenlijk artikel 33b, eerste lid aanhef en onder d en artikel 33d van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Voor overige bevoegdheden wordt door de betreffende gemeentebesturen onderscheidenlijk het dagelijks bestuur van de RDWI een apart mandaatbesluit opgesteld.
3. De RID verleent, onverminderd het bepaalde in lid 1, alleen diensten aan organisaties binnen het in artikel 2 genoemde rechtsgebied. Met instemming van het algemeen bestuur kunnen ook diensten worden aangeboden aan organisaties buiten het in dit artikel genoemde rechtsgebied en die op grond van artikel 27 aan deze regeling toe mogen treden.
4. De RID kan op verzoek nader te omschrijven taken gaan uitvoeren. Deze keuze gaat gepaard met de wijze van kostenverrekening en overige voorwaarden waaronder deze taken worden uitgevoerd.
HOOFDSTUK 2:
Artikel 4:
Taken en bevoegdheden
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling RID Utrecht”.