Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2:

Artikel 2.6.

Voorschriften en beperkingen bij instemming

Onderdeel van Telecommunicatieverordening Waadhoeke 2026

1.. Het college kan aan een instemmingsbesluit voorschriften en beperkingen verbinden in het belang van: de openbare orde; de veiligheid, waaronder mede verstaan wordt de verkeersveiligheid en/of een goede doorstroming van het verkeer; het voorkomen of beperken van overlast; de bereikbaarheid van gronden of gebouwen, waaronder mede verstaan wordt het veilig en doelmatig gebruik van openbare gronden en gebouwen, het doelmatig beheer en onderhoud en het belang van nader aan te geven lokale evenementen; de ondergrondse ordening, waaronder mede verstaan wordt de bescherming van reeds in de grond aanwezige werken. 2.. De geldigheid van een verleend instemmingsbesluit komt van rechtswege te vervallen indien de aanbieder niet binnen zes maanden na het onherroepelijk worden van het instemmingsbesluit is aangevangen met de werkzaamheden, tenzij het college hiervan uitdrukkelijk afwijkt in het instemmingsbesluit. 3.. Het is verplicht na het einde van de werkzaamheden de openbare ruimte terug te brengen in de oude staat tenzij er vooraf met het college afwijkende afspraken gemaakt zijn. 4.. Indien binnen drie jaar na groot onderhoud of herinrichting van de openbare ruimte de aanbieder werkzaamheden moet uitvoeren, kan het college nadere voorschriften stellen met betrekking tot de uitvoering. 5.. Indien de aanbieder werkzaamheden moet uitvoeren in bijzondere bestrating, kan het college nadere voorschriften stellen met betrekking tot de uitvoering van de werkzaamheden. 6.. Het college kan op schriftelijk verzoek van de aanbieder de termijn van zes maanden, zoals genoemd in het tweede lid, met een door het college te bepalen termijn verlengen.

Rechtspraak bij dit artikel