Als de belastingschuldige niet in aanmerking komt voor kwijtschelding, maar de invorderingsambtenaar toch niet wil doorgaan met het innen van de schuld, zal het verzoek om kwijtschelding worden afgewezen. De invorderingsambtenaar zal dan in de beslissing aangeven dat er geen invorderingsmaatregelen meer zullen worden genomen. Tegen deze beslissing kan geen beroep worden ingediend.
Als de invorderingsambtenaar besluit om geen invorderingsmaatregelen te nemen voor de openstaande schuld zonder daar voorwaarden aan te stellen, heeft dit hetzelfde effect voor de belastingschuldige als het krijgen van kwijtschelding.
De invorderingsambtenaar kan ook besluiten om geen invorderingsmaatregelen te nemen, maar wel een voorwaarde te stellen, bijvoorbeeld dat bepaalde bedragen die de belastingschuldige nog ontvangt, verrekend moeten worden met de openstaande schuld. Deze verrekening moet binnen 3 jaar plaatsvinden, gerekend vanaf de datum van de beslissing, of eerder als de belastingaanslag al vervalt. De invorderingsambtenaar zal deze voorwaarde duidelijk in de beslissing opnemen.
Daarnaast kan in de brief staan voor welke periode deze ‘pauze’ geldt, dus hoe lang er geen invorderingsmaatregelen worden genomen. In tegenstelling tot kwijtschelding kan deze beslissing later nog worden teruggedraaid.
Als de belastingschuldige zich niet aan de voorwaarden houdt, maakt de invorderingsambtenaar een nieuwe beslissing waarin hij de eerdere beslissing intrekt. Dat betekent dat de invordering dan alsnog kan doorgaan.
Dit kan pas gebeuren nadat de invorderingsambtenaar de belastingschuldige een brief heeft gestuurd waarin wordt aangegeven dat de invorderingsambtenaar de beslissing wil intrekken. De belastingschuldige krijgt dan 14 dagen de tijd om alsnog aan de voorwaarden te voldoen.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.12
Geen verdere invorderingsmaatregelen en afwijzing verzoek om kwijtschelding
Onderdeel van Leidraad Invordering publiekrechtelijke en privaatrechtelijke vorderingen gemeente Horst aan de Maas 2026