Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 6.4

Aansprakelijk voor belastingschuld van een ander (art. 32 tot en met 57a IW)

Onderdeel van Leidraad Invordering publiekrechtelijke en privaatrechtelijke vorderingen gemeente Horst aan de Maas 2026

De belastingschuldige is zelf verantwoordelijk voor het betalen van zijn eigen belastingschuld. Daarnaast kan iemand anders, een derde, aansprakelijk worden gesteld voor de schuld van de belastingschuldige. Deze derde kan pas door de invorderingsambtenaar aansprakelijk worden gesteld voor de belastingschuld van een ander nadat de belastingschuldige ‘in gebreke is’ gesteld. In gebreke stellen betekent dat je iemand officieel laat weten dat hij iets niet gedaan heeft wat hij wél had moeten doen, en dat hij nog een laatste kans krijgt om het goed te maken. De invorderingsambtenaar gaat niet direct tot aansprakelijkstelling over, maar probeert eerst om de belastingschuld bij de belastingschuldige in te vorderen. Twee soorten bepalingen Bij het aansprakelijk stellen kan de invorderingsambtenaar van twee soorten bepalingen gebruik maken: de fiscale aansprakelijkheidsbepalingen. De invorderingsambtenaar maakt dan gebruik van de Invorderingswet 1990; of de civiele aansprakelijkheidsbepalingen. In dit geval maakt de invorderingsambtenaar gebruik van het Burgerlijk Wetboek (BW). De invorderingsambtenaar bepaalt wie en op grond van welke wettelijke bepaling aansprakelijk wordt gesteld om de belastingschuld te kunnen invorderen. Kosten Ook aansprakelijkgestelden kunnen te maken krijgen met kosten die ontstaan door invorderingsmaatregelen. De regels die gelden voor een belastingschuldige gelden ook voor een aansprakelijkgestelde. 6.4.1 Uitstel bij aansprakelijkheid Uitstel van betaling kan ook worden verleend aan iemand die aansprakelijk is gesteld. De regels (het beleid) bij uitstel aan een aansprakelijkgestelde zijn hetzelfde als de regels voor uitstel aan een belastingschuldige. 6.4.2 Bezwaar tegen de aansprakelijkstelling De aansprakelijkgestelde kan een bezwaarschrift indienen tegen zowel de aansprakelijkstelling zelf als tegen de belastingaanslag. Dat laatste kan alleen als de oorspronkelijke belastingschuldige niet al bezwaar heeft gemaakt. Als de invorderingsambtenaar het bezwaarschrift heeft afgewezen, kan de aansprakelijkgestelde een beroepschrift indienen bij de rechtbank. Tegen de uitspraak van de Rechtbank staat hoger beroep open bij het Gerechtshof. Tegen de schriftelijke uitspraak van het Gerechtshof kunnen zowel de aansprakelijkgestelde als het college van B&W eventueel in cassatie gaan. Cassatie vindt plaats bij de hoogste rechterlijke instantie van Nederland, de Hoge Raad. De Hoge Raad bekijkt of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd.

Rechtspraak bij dit artikel