Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 8

Herstelsanctie

Onderdeel van Beleidsregels handhaving Wet kinderopvang Gemeente Barneveld

1.. Indien gebleken is dat een houder van een kindercentrum, een gastouderbureau of een voorziening voor gastouderopvang niet voldoet aan één of meer kwaliteitseisen van de Wet kinderopvang en onderliggende regelgeving, start het college in beginsel een herstellend handhavingstraject. Dit traject is gericht op beëindiging van de overtreding(-en) en op voorkoming van herhaling van de overtreding(-en). 2.. Bij het uitvoeren van een herstellend handhavingstraject hanteert het college de volgende stappen: stap 1: aanwijzing; stap 2: last onder dwangsom/last onder bestuursdwang; stap 3: exploitatieverbod; stap 4: intrekken van de toestemming tot exploitatie en verwijdering van de registratie uit het landelijk register kinderopvang. 3.. Indien de aard van de overtreding hiertoe aanleiding geeft, kan het college gemotiveerd besluiten om een bepaalde stap of bepaalde stappen in het herstellende traject over te slaan dan wel meerdere keren toe te passen, of, gelet op de geringe ernst van de overtreding, te kiezen voor een waarschuwende brief. 4.. De duur van de hersteltermijn is afhankelijk van de prioriteit die is toegekend aan de kwaliteitseis zoals afgeleid kan worden uit het afwegingsoverzicht zoals opgenomen in bijlage 1. 5.. Bij het geven van een aanwijzing gelden de volgende hersteltermijnen: prioriteit hoog: maximaal 2 weken; prioriteit gemiddeld: maximaal 1 maand; prioriteit laag: maximaal 3 maanden. Deze termijnen worden eveneens gehanteerd als begunstigingstermijn indien ervoor gekozen is om een last onder dwangsom/last onder bestuursdwang in te zetten.

Rechtspraak bij dit artikel