Woningsplitsing:
Het bouwkundig en/of functioneel splitsen van één woning in twee of meer woningen dan wel het omzetten van één of meer wooneenheden naar één of meer woningen die zelfstandig en permanent bewoond kunnen worden door een afzonderlijk huishouden.
Inbreidingslocatie:
Een locatie binnen bestaand stedelijk gebied zoals dat is vastgelegd op de kaart Stedelijk gebied van de Omgevingsverordening Noord-Brabant. Zie bijgevoegd kaartje.
Gebruiksoppervlakte:
De gebruiksoppervlakte als bedoeld in NEN 2580.
Woning of wooneenheid:
Een zelfstandig (gedeelte van een) gebouw met eigen toegang, dat dient voor de huisvesting van één huishouden. Kenmerkend voor de woning is de aanwezigheid van eigen voorzieningen, waaronder minimaal een toiletruimte, badruimte en een keuken met kooktoestel.
Kamerbewoning:
De verhuur van een woning of woongebouw geheel of nagenoeg geheel via kameruitgifte, waarbij kamers geen zelfstandige woonruimte vormen door het ontbreken er in van wezenlijke voorzieningen zoals een eigen kook- of wasgelegenheid of toilet;
Huishouden:
Een verzameling van één of meer personen die een huishouding voeren, waarbij sprake is van continuïteit in samenstelling en onderling verbondenheid;
Sociale huurwoning:
Volgens definitie in de meest recente Regionale Begrippenlijst Wonen Zuid-Oost Brabant
Betaalbare koopwoning:
Volgens definitie in de meest recente Regionale Begrippenlijst Wonen Zuid-Oost Brabant
Middeldure huurwoning:
Huurwoning met een huurprijs tot aan de liberalisatiegrens volgens definitie in de meest recente Regionale Begrippenlijst Wonen Zuid-Oost Brabant
Artikel 1.
Begrippen
Onderdeel van Beleidsregel woningsplitsing binnen bestaand stedelijk gebied 2026