Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4:

Artikel 15.

Reserves en voorzieningen

Onderdeel van Financiële verordening Noardeast-Fryslân 2025

1.. Instellen, wijzigen en opheffen van bestemmingsreserve of voorzieningen: Voor het instellen van bestemmingsreserves en voorzieningen is een raadsbesluit nodig. Het budgetrecht ligt namelijk bij de gemeenteraad. Het instellen van een bestemmingsreserve is een keus van de raad. Een voorziening moet worden ingesteld, hier heeft de raad geen keuzevrijheid. Instellen bestemmingsreserve Voor het instellen van een nieuwe bestemmingsreserve moet minimaal worden aangegeven: het specifieke doel van de reserve; de voeding van de reserve; de maximale hoogte van de reserve; de verwachte looptijd. Wijzigen doel of bestemming Het principe van een bestemmingsreserve is, dat de gemeenteraad te allen tijde het doel of de bestemming kan wijzigen. Voor een dergelijke wijziging is dus altijd een raadsbesluit nodig. Opheffen bestemmingsreserve Wanneer het doel op basis waarvan een bestemmingsreserve is gevormd op enig moment vervalt, dan dient de reserve door middel van een raadsbesluit te worden opgeheven. De vrijkomende middelen worden bij raadsbesluit bestemd. Wijzigen doel of bestemming voorziening Het doel van een voorziening kan niet wijzigen vanwege het verplichtende karakter en de harde kaders. Indien het doel niet meer bestaat of is veranderd, wordt de voorziening opgeheven. Indien het doel van een voorziening verandert, gelden zo nodig de criteria voor het instellen van een nieuwe voorziening. Die criteria staan beschreven in artikel 44 van het BBV. Opheffen voorziening Een voorziening wordt opgeheven als een verplichting of een risico waarvoor een voorziening is ingesteld, is weggevallen. En een voorziening wordt opgeheven als een voorziening ophoudt te bestaan door bijvoorbeeld veranderingen in wet- of regelgeving. Aangezien opheffing van de voorziening in deze situatie verplicht is conform BBV, is voor het opheffen van de voorziening geen raadsbesluit nodig. Voor voorzieningen ter egalisatie van kosten geldt dat deze na besluitvorming door de gemeenteraad worden opgeheven. Het saldo van een voorziening, die wordt opgeheven, komt door een vrijval ten gunste van de exploitatie. 2.. Geen rentetoevoeging aan reserves en voorzieningen Aan reserves wordt geen rente toegevoegd. Dit naar aanleiding van een advies van de commissie BBV. Toevoegen van rente aan voorzieningen is per definitie niet toegestaan op grond van het BBV. 3.. Minimale omvang algemene reserve De algemene reserve heeft een bufferfunctie en maakt als zodanig onderdeel uit van de gemeentelijke weerstandscapaciteit. De weerstandscapaciteit is dat deel van het eigen vermogen dat beschikbaar is om eventuele risico's financieel op te kunnen vangen. Het belangrijkste ijkpunt is de omvang van de risico’s die in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing van de programmabegroting en jaarrekening worden opgesomd en gekwantificeerd. Het bedrag aan risico’s is de ondergrens van de algemene reserve (de weerstandscapaciteit). De algemene reserve bestaat uit: Algemene reserve – vrij besteedbaar; Algemene reserve ter dekking van risico’s. De gelden benodigd om de geïnventariseerde- en gekwantificeerde risico’s mee af te dekken worden apart gezet in de Algemene reserve ter dekking van risico’s. De gemeente kan hier niet uit putten; de gelden worden apart gehouden voor het afdekken van de risico’s. 4.. Reserve woningbouwontwikkelingen en reserve bedrijventerreinen Doel van deze reserves: Afwaardering van lagere boekwaarde bij aankopen tegen marktwaarde zolang er nog geen bestemmingsplan is, waarbij de waarde tijdelijk wordt afgewaardeerd naar de landbouwwaarde (voorziening Materiële Vaste Activa); Omslagrente van de strategische grondaankopen voor een periode van maximaal 10 jaren die nog niet in exploitatie zijn genomen (omslagrente = gewogen gemiddelde van de rente over het eigen vermogen en het vreemde vermogen). Voeding van de reserve: Winsten van en verliezen op grondexploitaties op het gebied van woningbouw en bedrijventerreinen komen ten gunste c.q. ten laste van deze beide reserves; Hetgeen boven het plafond uitkomt, komt ten gunste van de algemene reserve (bij vaststelling van de jaarrekening via een balansmutatie). In de paragraaf grondexploitatie wordt dit onderbouwd. Het plafond van beide reserves bedraagt € 5.000.000 per reserve. Zoals hierboven al genoemd komen de winsten van grondexploitaties ten gunste van de reserve woningbouwontwikkelingen respectievelijk reserve bedrijventerreinen. Het gaat hier dan om de winst bij verkoop. Daarnaast komen de opbrengsten van huur en pacht van de (op termijn) nog in exploitatie te nemen gronden ook ten gunste van beide reserves. Met deze opbrengsten worden de reserves aangevuld. Bevoegdheid van college: Het college is bevoegd tot het doen van onttrekkingen en toevoegingen bij de hier bovengenoemde 2 reserves binnen de kaders van dit artikel.

Rechtspraak bij dit artikel