Een sportvoorziening, waaronder een sportrolstoel, kan bijdragen aan de participatie van een inwoner. Uitgangspunt is dat inwoners zelf verantwoordelijk zijn voor de aanschaf van zaken die nodig zijn bij sportbeoefening.
Als een inwoner door een beperking extra kosten heeft voor de aanschaf of het onderhoud van een sportvoorziening, kan hij/zij één keer in drie jaar een maximale financiële tegemoetkoming krijgen voor deze extra kosten. Uitbetaling is op basis van de toekenningsbeschikking en eerst na inlevering van de factu(u)r(en).
Omdat het doel is om zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie te bevorderen, weegt het college in ieder geval de volgende (niet uitputtende) factoren mee. Het college kan een tegemoetkoming verstrekken als:
blijkt dat de sportactiviteit de inwoner meerwaarde oplevert omdat dit de belangrijkste manier is waarop de hij/zij deelneemt aan de samenleving;
blijkt dat de inwoner een achtergrond in deze sportactiviteit of sport in het algemeen heeft;
blijkt dat de inwoner sport in een groep en door zijn/haar beperking extra kosten maakt. Dit kan sporten in verenigingsverband zijn, maar ook een georganiseerde en structurele sportgroep onder leiding van een professional, dat lijkt op een vereniging.
Sportvoorzieningen voor gezamenlijk of collectief gebruik komen niet in aanmerking voor een individuele vergoeding.
Hoofdstuk 6 › Paragraaf 6.4
Artikel 6.4.6
Sportvoorzieningen
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Zevenaar 2026