Individuele begeleiding helpt inwoners bij het (opnieuw) aanleren van vaardigheden, zonder taken over te nemen. Dit gebeurt bijvoorbeeld via ambulante begeleiding. De begeleiding wordt afgestemd op de doelen en vindt meestal thuis plaats.
Individuele begeleiding wordt alleen ingezet als een algemene (voorliggende) voorziening of groepsbegeleiding niet (voldoende) helpt om het gewenste resultaat te bereiken. Als behandeling of revalidatie mogelijk is om begeleiding via de Wmo te voorkomen, heeft dat voorrang. Ook groepsbegeleiding gaat vóór individuele begeleiding, behalve als uit zorginhoudelijke overwegingen blijkt dat individuele begeleiding het meest doelmatig is.
Als het nodig is, kan het college individuele begeleiding en groepsbegeleiding combineren, maar ze mogen niet op hetzelfde moment plaatsvinden, omdat ze elk een ander doel hebben.
Er zijn drie vormen van begeleiding individueel:
Begeleiding Basis Wmo;
Begeleiding Specialistisch Wmo ;
Begeleiding zintuiglijk gehandicapten.
Begeleiding basis Wmo:
Deze vorm biedt ondersteuning bij dagelijkse zaken en eenvoudige problemen. Denk aan hulp bij het structureren van de dag, het plannen van taken, of alledaagse sociale situaties. Deze begeleiding is minder intensief en bedoeld voor mensen met lichte hulpvragen die bijvoorbeeld zelfstandig wonen maar soms wat sturing nodig hebben.
Begeleiding specialistisch Wmo:
Deze intensievere vorm van begeleiding is gericht op mensen met complexere problemen, zoals psychische problematiek, verslaving of ernstige gedragsproblemen. Vaak is specifieke kennis nodig en is de begeleiding langduriger en intensiever. Het helpt bijvoorbeeld bij het omgaan met ernstige psychische stoornissen, gedragsproblemen of het ontwikkelen van gespecialiseerde vaardigheden.
Samengevat:
begeleiding basis helpt bij dagelijkse structuur en eenvoudige ondersteuning;
begeleiding specialistisch richt meer complexe en intensieve hulpvragen.
Ondersteuning van de mantelzorger
Begeleiding kan ook ingezet worden om mantelzorgers of personen die gebruikelijke hulp bieden te ondersteunen. Bij het indiceren van begeleiding onderzoekt het college bij welke activiteiten de inwoner problemen ondervindt en in welke mate. Op basis daarvan bepaalt het college de omvang van de indicatie.
Begeleiding moet bijdragen aan samenhang tussen de activiteiten/ onderdelen waarop de inwoner beperkingen ervaart en/ of ondersteuning nodig heeft. Dit gebeurt alleen als er geen oplossing is via de eigen regie, het sociaal netwerk of een algemene, voorliggende voorziening.
Begeleiding voor inwoners met een zintuiglijk beperking:
In het kader van de Wmo 2015 is de begeleiding voor inwoners met een zintuiglijke beperking landelijk ingekocht. Dit zorgt ervoor dat deze doelgroep overal in Nederland toegang heeft tot de juiste, specialistische begeleiding, zonder te letten op hun woonplaats.
Ondersteunen bij het aanbrengen van structuur en voeren van regie:
Hulp of overname bij problemen oplossen:
Dit gaat om ondersteuning bij het herkennen, analyseren en oplossen van problemen. Ook het evalueren van eventuele effecten van oplossingen en het uitvoeren van de gekozen oplossing vallen hieronder. Denk bijvoorbeeld aan het begrijpen van een ontvangen brief en bepalen welke actie nodig is.
Hulp bij het initiëren van taken:
Dit betekent het optimaliseren van de belastbaarheid bijvoorbeeld hulp bij plannen en organiseren (agenda beheer, onderscheid tussen hoofd en bijzaken en vooral de waarom hiervan), het bespreken van zaken waar tegenaan gelopen wordt en deze situaties uitdiepen, het oplossen en een plan maken voor een volgende keer hoe er dan mee te gaan, zelfredzaamheid vergroten en het probleemoplossend vermogen vergroten;
Hulp of overname bij initiëren van complexe taken:
Denk aan: een bijdrage leveren in gesprekken met specialisten en instanties, hulp bij het bewaken van de belastbaarheid van de inwoner en geven van mondelinge toelichting wanneer de inwoner dit zelf niet kan.
Overige activiteiten:
Het college kan begeleiding toekennen voor onderstaande activiteiten, omdat deze de sociale zelfredzaamheid van de inwoner beïnvloeden. Dit heeft ook gevolgen voor de benodigde begeleiding op andere gebieden. Wanneer de oplossing niet binnen de begeleiding ligt, maar bij andere of voorliggende voorzieningen, verwijst het college de inwoner daarnaar door.
Hulp bij lezen, schrijven en rekenen:
Dit gaat om het begrijpen en interpreteren van geschreven materiaal, het gebruiken van symbolen om informatie over te brengen en het toepassen van berekeningen.
Norm: 15 minuten per week.
Geld beheren:
Dit gaat over activiteiten in het kader van eenvoudige financiële transacties.
Norm: 15 minuten per week.
Afhandelen van administratie:
Dit gaat over het openen en ordenen van de post, het bespreken en acties uitzetten.
Norm: 15 minuten per week.
Gesproken taal begrijpen:
Dit gaat om het begrijpen van gesproken boodschappen en taalgebonden uitdrukkingen wanneer deze het gevolg zijn van een beperking.
Norm: 15 minuten per week.
Begrijpelijk maken naar anderen:
Dit gaat om het produceren van woorden, zinnen in spreektaal en het gebruik maken van gebaren en tekeningen om een boodschap over te brengen.
Norm: 15 minuten per week.
6.Een gesprek voeren:
Dit gaat om het starten, continueren en beëindigen van het uitwisselen van gedachten en ideeën via spreken, schrijven, gebarentaal of andere vormen van taal.
Norm: 30 minuten per week.
Hoofdstuk 6 › Paragraaf 6.5
Artikel 6.5.2.2
Individuele begeleiding
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Zevenaar 2026