Naar hoofdinhoud
1.. Verhuur is aan de orde bij gebruik tegen betaling van een of meer delen van een schoolgebouw of – terrein door niet uit de openbare kas bekostigde instellingen voor onderwijs dan wel door niet uit de openbare kas bekostigde instellingen voor culturele, maatschappelijke en/of recreatieve doeleinden. 2.. Verhuur is toegestaan voor zover het gehuurde niet bestemd zal zijn als woon- of bedrijfsruimte in de zin van de vijfde en zesde afdeling van titel 4 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek. 3.. Voor het verhuren van leegstand in de school is telkens toestemming vereist van het college. In het geval de verhuur minder dan 10% van het normatieve onderwijsgebruik (1.040 uur per jaar) betreft is geen toestemming vereist van het college en volstaat een melding. 4.. Huurovereenkomsten waarvoor het college geen voorafgaande toestemming heeft verleend zijn nietig. 5.. Met betrekking tot verhuur van leegstand in permanente huisvesting wordt toestemming verleend voor een periode van maximaal 3 jaar. Na het verstrijken van de huurtermijn dient het college opnieuw toestemming te verlenen. Bij een gewenste voortzetting van de verhuursituatie dient ten minste 2 maanden voorafgaand aan de expiratiedatum een verzoek tot verlenging van de goedkeuring bij het college te worden ingediend. Bij verhuur van leegstand aan een organisatie voor kinderopvang wordt conform het bepaalde in bijlage III, deel A van de verordening de capaciteit van het schoolgebouw verminderd met aantal vierkante meter bruto vloeroppervlak dat aan de kinderopvang wordt verhuurd. De vermindering bedraagt maximaal 20 procent van het bruto vloeroppervlak van het totale schoolgebouw. 6.. Met betrekking tot verhuur van leegstand in tijdelijke huisvesting wordt telkens toestemming verleend voor maximaal 1 schooljaar. 7.. Door de verhuur mogen de belangen van zowel de gemeente als die van de (andere) schoolbesturen niet worden geschaad. Het college kan in verband hiermee voorwaarden verbinden aan de toestemming, waaronder bijvoorbeeld de hoogte van het te vragen huurtarief. 8.. In situaties waarin dat wettelijk en volgens jurisprudentie is toegestaan, verleent het college toestemming onder voorwaarde dat het schoolbestuur dát deel van de huurvergoeding afdraagt aan de gemeente, dat dient ter vergoeding van de stichtingskosten en exploitatielasten die door de gemeente worden gedragen. Bij volledige verhuur wordt het huurtarief hierbij gebaseerd op het volledige gebruik van ruimte(n) aangezien het verhuurde niet meer voor andere doeleinden kan worden ingezet; de Bij volgtijdelijke verhuur wordt het huurtarief hierbij gebaseerd op het werkelijke gebruik van de ruimte(n) aangezien het verhuurde dan nog wel voor andere doeleinden kan worden ingezet. 9.. Het college beslist binnen zes weken na ontvangst van het verzoek of binnen zes weken nadat aanvullende gegevens zijn verstrekt of hadden moeten zijn verstrekt. 10.. Indien het college niet binnen zes weken kan beslissen, stelt het college de aanvrager daarvan in kennis en noemt daarbij een redelijke termijn waarbinnen de beslissing tegemoet kan worden gezien. 11.. De gemeente kan ervoor kiezen om overeenkomstig artikel 6 een overeenkomst te sluiten met het schoolbestuur, waarin de voorwaarden ten aanzien van de verhuur worden aangegeven. 12.. Het schoolbestuur gaat een huurovereenkomst aan met de huurder. 13.. Het schoolbestuur zendt een afschrift van de ondertekende huurovereenkomst aan de gemeente. 14.. In de huurovereenkomst wordt ten minste invulling gegeven aan de artikelen 7 tot en met 10 van deze regeling. 15.. Dit artikel is niet van kracht als het schoolbestuur naast juridisch eigenaar ook economisch eigenaar is van het gebouw en terrein (en daarmee de volledige eigendom heeft).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel