1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte dan wel door middel van het werpen van geld in parkeerapparatuur ofwel het gebruik van de real-time parkeerkaart en moet worden betaald bij de aanvang van het parkeren. Van de verschuldigde belasting per tijdseenheid wordt op de parkeerapparatuur kennisgegeven;2. In afwijking van het bepaalde in het vorige lid wordt de belasting overeenkomstig de aangifte betaald via een automatische incasso, als het bij de aanvang van het in werking stellen van de parkeerappaaratuur geschiedt door het via een telefoon inloggen op de centrale computer.3. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte en moet worden betaald voor of op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend;4. Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald;5. Voor zover voor het voldoen van belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a een schriftelijk bewijs wordt afgegeven, wordt dit bewijs met de tijdsaanduiding duidelijk leesbaar, direct achter de voorruit van het motorvoertuig zichtbaar aangebracht;6. Voor de toepassing van het eerste lid wordt het in werking stellen van de parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de gestelde voorschriften als voldoening op aangifte aangemerkt.
Artikel 6
Wijze van heffing en termijnen van betaling
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 2010