Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Treasurystatuut gemeente De Wolden

1.. In dit statuut wordt verstaan onder: derivaten: financiële instrumenten die hun bestaan ontlenen aan een bepaalde onderliggende waarde. De onderliggende waarden kunnen financiële producten zoals leningen of obligaties zijn. Derivaten worden onder andere gebruikt om renterisico’s te sturen en financieringskosten te minimaliseren; financiering: het aantrekken van benodigde financiële middelen voor een periode van minimaal één jaar. Deze middelen kunnen bestaan uit zowel eigen vermogen als vreemd vermogen; financieringsparagraaf: de paragraaf in de begroting en jaarstukken waarin het treasurybeleid voor het komende jaar wordt vastgelegd respectievelijk waarin verantwoording wordt afgelegd van de realisatie van het voorgenomen beleid; geldstromenbeheer: alle activiteiten die nodig zijn om liquiditeiten te transfereren zowel binnen de organisatie zelf als tussen de organisatie en derden; kasgeldlimiet: een bedrag op basis van de Wet Fido ter grootte van een percentage van het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar. Het huidige percentage bedraagt 8,5%; koersrisico: het risico dat de financiële activa van de organisatie in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen; kredietrisico: het risico op waardedaling van een vordering ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij als gevolg van insolventie of deficit; liquiditeitenbeheer: het financieren en uitzetten van middelen voor een periode tot één jaar; liquiditeitenplanning: een gestructureerd overzicht van de toekomstige inkomsten en uitgaven ingedeeld per tijdseenheid; liquiditeitsrisico: de risico’s van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitenplanning en meerjaren investeringsplanning waardoor financiële resultaten kunnen afwijken van de verwachtingen; onderhandse geldlening: een lening die een gemeente rechtstreeks afsluit met een geldverstrekker, zoals een bank, verzekeraar of pensioenfonds of andere financiële instelling, zonder dat deze via de openbare kapitaalmarkt wordt aangeboden; prudent: zorgvuldig en behoedzaamheid van optreden bij het uitzetten van middelen en het afsluiten van derivaten. Er is sprake van een prudent karakter wanneer in ieder geval aan twee aspecten is voldaan, namelijk voldoende kredietwaardigheid van de tegenpartij en een beperkt marktrisico; publieke taak: de verantwoordelijkheden en verplichtingen die een gemeente heeft om het algemeen belang van haar inwoners en de gemeenschap als geheel te dienen. Dit omvat alle taken die de gemeente uitvoert om de leefbaarheid, veiligheid, welzijn en ontwikkeling van de gemeenschap te waarborgen, zoals vastgelegd in wet- en regelgeving of voortkomend uit maatschappelijke behoeften; rating: een oordeel over de kredietwaardigheid van een financiële onderneming of een land, bepaald door een ratingbureau; relatiebeheer: het onderhouden van relaties met instellingen, waarmee in het kader van de uitvoering van het treasurybeleid contacten worden onderhouden; renterisico: de mate waarin het saldo van rentelasten en rentebaten van de gemeente verandert door wijzigingen in het rentepercentage op leningen en uitzettingen met een oorspronkelijke rente typische looptijd van één jaar of langer; renterisiconorm: een bedrag ter grootte van een percentage van het begrotingstotaal van de gemeente bij aanvang van het jaar. Het huidige percentage bedraagt 20%; rente typische looptijd: het tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening, waarin op basis van de voorwaarden van de geldlening sprake is van een door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare, constante rentevergoeding; rentevisie: toekomstverwachting over de renteontwikkeling op de geld- en kapitaalmarkt; schatkistbankieren: het verplicht aanhouden van overtollige financiële middelen bij de Nederlandse staat; treasurer: medewerker die door het college van Burgemeester en Wethouders via het Besluit mandaat volmacht en machtiging en persoonlijke aanwijzingsbrief schriftelijk is aangewezen om de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden uit te voeren zoals opgenomen in dit treasurystatuut; treasuryfunctie: Het beheren van de financiële middelen, liquiditeiten en risico’s van een gemeente, waaronder liquiditeitsbeheer, financiering, beleggingen en risicobeheersing, conform de Wet Fido, om financiële stabiliteit en doelmatige uitvoering van publieke taken te waarborgen; uitzetting: het tijdelijk toevertrouwen van liquiditeiten aan derden tegen vooraf overeengekomen condities en bedingen. Kortlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode tot één jaar en langlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode van één jaar of langer. 2.. Het wettelijk kader voor het Treasurystatuut bestaat uit: Wet Financering Decentrale Overheden (wet Fido) en de bijbehorende ministeriële regelingen; Wet Houdbare OverheidsFinanciën (HOF); Gemeentewet; Algemene wet Bestuursrecht (Awb); Europese regelingen aangaande staatssteun; BBV: Besluit Begroting en Verantwoording; Wet Markt en Overheid; Regeling uitzetting derivaten decentrale overheden (Ruddo); Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden (UFDO); Wet- en regelgeving toezicht financiële ondernemingen.

Rechtspraak bij dit artikel