In de gemeentelijke context gaat circulair vastgoed en infrastructuur met name over het aanbesteden van het aanleggen, onderhouden of demonteren ervan. Op dit moment ligt bij de infraprojecten van de gemeente de nadruk op een hoge kwaliteit en een lange levensduur. Dit wordt onder meer bereikt door zorgvuldig materiaalgebruik; de juiste materialen worden op de juiste manier toegepast. Zo wordt bij het ontwerpen van kunstwerken bewust gekozen om combinaties van hout, grond en water te vermijden. Deze combinaties leiden namelijk vaak tot snellere degradatie van het materiaal.
Op het gebied van circulaire bouw levert dit een uitdaging op: stalen bruggen zijn robuust, vergen weinig onderhoud en hebben een lange levensduur. Het maken ervan kost veel energie. Bruggen van hout of biobased materialen vergen meer onderhoud, hebben een kortere levensduur, maar het maken ervan kost minder energie. Beide opties kunnen als circulair worden gezien. Om hier de juiste keuze te maken kan bijvoorbeeld gebruik gemaakt worden van milieukostenindicatoren (MKI’s). Dit zijn methoden om inzichtelijk te maken welke keuze het meest circulair is. De gemeente kan dit uitvragen bij een aanbesteding of op voorhand zelf een keuze maken.
De MKI is een rekenmethode die de totale milieubelasting van een product of bouwwerk uitdrukt in één getal, uitgedrukt in euro’s. Het omvat de impact op onder andere klimaatverandering en uitputting van grondstoffen. Gemeenten gebruiken MKI-scores om materialen en ontwerp opties te vergelijken en zo onderbouwde, duurzamere keuzes te maken binnen aanbestedingen en ontwerp- en beheerprocessen.
Ook in het openbaar groen worden circulaire principes toegepast, bijvoorbeeld door hergebruik van boompalen en gietranden. Door maaisel in te zetten als veevoer, of door grond op te waarderen in plaats van te vervangen.
Wat doen we al?
We vragen nu al een groot deel van de Grond-, Weg- en Waterbouw opdrachten circulair uit, onder andere door het gebruik van Milieukostenindicator (MKI) of andere circulaire principes. Dit wordt de standaard werkpraktijk.
We implementeren principes voor circulair assetmanagement door de R-ladder toe te passen. Denk aan reparatie van onderdelen uit gemalen, pompen, en bruggen, het inkopen van beter repareerbare assets.
We hebben een circulaire voorkeuren op in de Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR) opgenomen zoals: Toepassing van circulaire materialen (biobased of secundaire materialen), zoals: asfalt met gerecycled bitumen of beton met gerecycled puin. Het vermijden van overdimensionering (minder materiaalgebruik, langere levensduur). Stimuleren van modulaire of demontabele ontwerpen, zoals fietspaden van herbruikbare prefab-elementen. (Her)gebruik van gebakken materialen zoals straatklinkers i.p.v. asfalt of beton.
Waar gaan we op inzetten?
We verkennen de mogelijkheid voor het vervangen van strooizout voor een duurzamer alternatief.
We verkennen de mogelijkheid om materiaalstromen bij (ver)bouw en demontage van het gemeentelijk vastgoed inzichtelijk te maken en deze materialen zoveel mogelijk een tweede leven te geven. Bij de bouw zoeken we juist naar mogelijkheden voor het gebruik van secundaire of biobased materialen.
Bij nieuwbouw, renovatie en sloop van gebouwen in eigendom van de gemeente is circulariteit een van gunningscriteria op basis waarvan de opdracht wordt aanbesteed of uitgevoerd.
We nemen een aantal circulaire voorkeuren op in de Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR): Toepassing van circulaire materialen (biobased of secundaire materialen), zoals: asfalt met gerecycled bitumen of beton met gerecycled puin. Het vermijden van overdimensionering (minder materiaalgebruik, langere levensduur). Stimuleren van modulaire of demontabele ontwerpen, zoals fietspaden van herbruikbare prefab-elementen. (Her)gebruik van gebakken materialen zoals straatklinkers i.p.v. asfalt of beton.
Hoofdstuk 4. › Paragraaf 4.4.
Artikel 4.4.3.
Gemeentelijke organisatie
Onderdeel van Beleid Op weg naar een circulair Zeewolde