Naar hoofdinhoud

Artikel 10

Verzoek om ambtelijke bijstand

Onderdeel van Verordening fractieondersteuning en ambtelijke bijstand 2026

1.. Een raadslid (of -leden) kan de griffier of een door de griffier aan te wijzen griffieambtenaar verzoeken om bijstand; 2.. De verzochte bijstand wordt zo spoedig mogelijk verleend, voor zover dit naar het oordeel van de griffier in redelijkheid kan worden gevergd. Als de griffie de verzochte bijstand niet kan verlenen, verzoekt de griffier de secretaris om één of meer ambtenaren aan te wijzen die ambtelijke bijstand verlenen. 3.. De secretaris weigert het verzoek om ambtelijke bijstand als: Naar haar oordeel niet aannemelijk is gemaakt dat de ambtelijke bijstand betrekking heeft op raadswerkzaamheden; Dit naar haar oordeel het belang van de gemeente kan schaden; Het verlenen van de verzochte ambtelijke bijstand naar haar oordeel in redelijkheid niet kan worden gevergd; 4.. Als de secretaris het verzoek om ambtelijke bijstand weigert, deelt zij dit schriftelijk en met redenen omkleed mee aan de griffier, de voorzitter van de raad en aan het raadslid door wie het verzoek is ingediend. De griffier of het raadslid kan de burgemeester verzoeken met de griffier en de secretaris en zo nodig het raadslid in overleg te treden over het alsnog laten verlenen van de ambtelijke bijstand. De burgemeester geeft zo spoedig mogelijk gehoor aan dit verzoek. 5.. De secretaris verstrekt de betreffende portefeuillehouder in het college desgewenst een afschrift van het verzoek.

Rechtspraak bij dit artikel