De aanvraag wordt door de burgemeester getoetst aan artikel 2:28 Apv. De burgemeester kan de exploitatievergunning weigeren als die in strijd is met de algemene weigeringsgronden uit artikel 1:8 Apv. In dit artikel staat dat de vergunning of ontheffing door het bevoegd gezag of het bevoegde bestuursorgaan in ieder geval kan worden geweigerd in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of de bescherming van het milieu.
Een vergunning of ontheffing kan ook worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan acht weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is.
Ook geldt dat strijd met het omgevingsplan een grond is voor weigering van een vergunning (art. 2:28 lid 2 Apv). Een aanvraag voor een exploitatievergunning wordt daarom als eerste hieraan getoetst. Als er geen strijd is met het omgevingsplan wordt er getoetst aan de overige bepalingen van de Apv. Verder kan de burgemeester de vergunning volgens art. 2:28 lid 3 Apv geheel of gedeeltelijk weigeren als:
De woon- en leefsituatie in de omgeving van de inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed;
De exploitant en/of leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is en/of onder curatele staat;
De exploitant en/of leidinggevende de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt;
Wegens de wijze van bedrijfsvoering door de exploitant en/of leidinggevende.
Bij een vergunningsaanvraag vraagt de burgemeester advies aan diverse betrokken partijen. De burgemeester houdt rekening met het karakter van de straat en de wijk, waarin de inrichting ligt of zal liggen, de aard van de inrichting en de spanning waarmee het woonmilieu ter plaatse al te maken heeft of mee te maken zal krijgen door de exploitatie. Bij de vergunningverlening let de burgemeester ook op de (justitiële) achtergrond van de beheerder en eventuele eerdere tijdelijke sluitingen.
In de exploitatievergunning staan, naast de aard van het bedrijf ook de voorschriften voor het eventueel te exploiteren terras. Naast de in dit hoofdstuk genoemde algemene- en specifieke voorschriften, behoudt de burgemeester zich het recht voor om per situatie/locatie/aanvraag nadere voorschriften te stellen in kader van de openbare orde, (verkeers-)veiligheid en bescherming van de samenleving tegen ondermijnende criminele activiteiten.
Artikel 2:29 Apv regelt de sluitingstijden van de openbare inrichtingen. Een verzoek om ontheffing van de sluitingstijden wordt per geval beoordeeld.
Verder zal de burgemeester een vergunning weigeren of naderhand intrekken als redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet overeenkomt met wat in de aanvraag is vermeld.