Het college biedt de raad tenminste eens in de vier jaar een nota Grondbeleid aan. De raad stelt deze nota vast.
In deze nota worden de verschillende instrumenten voor het grondbeleid met de kaders voor de uitvoering van het grondbeleid beschreven. Zoals:
**1..** Het doel van het gemeentelijk grondbeleid.
**2..** Het streven naar een optimalisatie van het financiële resultaat per project.
**3..** De vorm van grondbeleid (actief, faciliterend of passief).
**4..** Strategische verwervingen: De raad neemt een (vertrouwelijk) besluit met begrotingswijziging over aankopen door het college, indien per transactie het aankoopbedrag hoger is dan € 750.000 of indien het verschil tussen taxatie- en aankoopwaarde meer dan € 100.000, - bedraagt.
**5..** De kosten en opbrengsten die het verwerven, het bouw- en woonrijp maken en het uitgeven van grondmogelijk maken worden opgenomen in de grondexploitatie.
**6..** De grondprijzen worden zoveel mogelijk marktconform, gebaseerd op de te realiseren functie, vastgesteld.
**7..** Diverse toekomstige ontwikkelingen als de vennootschapsbelasting voor ondernemingen van overheidsorganisaties, de BBV-regels rondom grondexploitaties en de Omgevingswet.
**8..** Het college actualiseert de grondprijzen jaarlijks in een grondprijzennotitie en stelt deze vast.
Hoofdstuk 4
Artikel 25