Naar hoofdinhoud
Een pgb wordt toegekend aan de budgethouder. Die is daarmee ook verantwoordelijk en aansprakelijk hiervoor. Bij jeugdhulp is de jeugdige, en dus niet de budgetbeheerder, vaak de budgethouder. In een aantal gevallen kan het pgb worden teruggevorderd, zoals opgenomen in de verordening. Om een pgb terug te kunnen vorderen moet deze eerst zijn beëindigd omdat er onjuiste en/of onvolledige gegevens zijn verstrekt (Jeugdwet 8.1.4 lid 1). Gelet op de verantwoordelijkheid van de budgethouder wordt eerst gekeken of er sprake is van verwijtbaar handelen door de budgethouder. Van verwijtbaar handelen is in ieder geval sprake bij opzet of nalatigheid. In deze gevallen kan het pgb worden teruggevorderd. Het kan ook aan de zorgverlener (inclusief ouder(s)) te wijten zijn dat het pgb niet juist wordt ingezet. Budgethouders kunnen hiervoor niet altijd verantwoordelijk gehouden worden. Om toch op te kunnen treden in deze gevallen geldt het zogenaamde derdenbeding. De gemeente kan dan de zorgverlener rechtstreeks aansprakelijk stellen (vorderen) om het pgb terug te betalen. Dit derdenbeding moet opgenomen zijn in de zorgovereenkomst tussen de budgethouder en zorgverlener. Het handelen van de zorgverlener kan hem niet worden toegerekend als sprake is van overmacht. Er is sprake van overmacht als het handelen niet zijn schuld is. Om het derdenbeding te waarborgen wordt een zorgovereenkomst niet goedgekeurd als dit beding niet is opgenomen.

Rechtspraak bij dit artikel