Voor het beoordelen van de pgb-vaardigheid wordt gebruik gemaakt van de tien punten van pgb-vaardigheid[1] en de Handreiking voor toetsing op (minimale) pgb-vaardigheid van de Rijksoverheid[2].
Indien de jeugdige of diens ouder(s) niet beschikken over de benodigde vaardigheden kan, aanvullend op artikel 3.12 lid 1 sub a, alleen in de volgende gevallen een pgb worden verstrekt:
een persoon uit het netwerk is bereid het beheer volledig op zich te nemen en voldoet aan de gestelde kwaliteitseisen;
er is sprake van een wettelijk vertegenwoordiger, die bereid is het beheer op zich te nemen en voldoet aan de gestelde kwaliteitseisen;
er is sprake van een gemachtigde, anders dan de personen onder a en b, die voldoet aan de gestelde kwaliteitseisen.
De ondersteuning die jeugdige of ouder(s) nodig heeft om het pgb te beheren vanuit derden komt niet in aanmerking voor vergoeding door de gemeente of in de vorm van een voorziening jeugdhulp.
Het college kent geen PGB toe wanneer op basis van het onderzoek aannemelijk gemaakt is dat omstandigheden de kwaliteit en rechtmatigheid van het pgb nadelig beïnvloeden. Dit wordt onderbouwd in het besluit.
De volgende omstandigheden zijn contra-indicaties voor het toekennen van een PGB:
schuldenproblematiek;
verslavingsproblematiek;
aangetoonde fraude, minder dan 4 jaar geleden;
er eerder misbruik is gemaakt van het pgb;
sterke vergeetachtigheid/verstandelijke beperking/psychische stoornis;
analfabeet of digibeet zijn;
het leiden van een zwervend bestaan;
handelingsonbekwaamheid.
[1] Infographic met toelichting - Checken 10 punten pgb-vaardigheid | Publicatie | Rijksoverheid.nl
[2] Handreiking minimale pgb-vaardigheid
Hoofdstuk 1
Artikel 6