1. Op inspraak is de procedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. 2. In afwijking van het eerste lid bedraagt de termijn voor het naar voren brengen van zienswijzen, vier weken, tenzij bij wettelijk voorschrift of bij besluit van het bestuursorgaan een langere termijn is bepaald. 3. Het bestuursorgaan kan voor een of meer beleidsvoornemens een andere inspraakprocedure vaststellen.