Voor gebiedsontwikkeling zijn vaak al in een vroeg stadium middelen nodig. Lingewaard maakt onderscheid tussen voorbereidingsbudgetten en verwervingsbudgetten, elk met een eigen doel en financiële verwerking.
De plan- en onderzoekskosten komen in de initiatieffase ten laste van de voorbereidingsbudgetten.
Zodra zicht bestaat op een concrete ontwikkeling worden deze kosten in de grondexploitatie ingebracht of worden deze kosten verhaald op de initiatiefnemer. Komt de ontwikkeling niet tot stand, dan worden de kosten alsnog ten laste van het jaarresultaat gebracht.
Verwervingsbudgetten zijn nodig voor de aankoop van gronden of opstallen. De gemeente kent geen generieke investeringsruimte; het college vraagt voor iedere aankoop een afzonderlijk budget aan de gemeenteraad. Het gemeenteraadsvoorstel bevat minimaal:
de beleidsmatige onderbouwing en het publieke doel;
een onafhankelijke taxatie (marktwaarde én eventuele ontwikkelingswaarde);
de financiële verwerking volgens BBV en bijbehorende risico-inschatting;
de dekking binnen de begroting.
Na budgetverlening voert het college de aankoop uit. Voldoet de aankoop aan de BBV-criteria, dan wordt deze geactiveerd als warme grond (materiële vaste activa). Bij opening van een grondexploitatie wordt de waarde ingebracht; komt geen exploitatie tot stand, dan volgt herbeoordeling en (indien nodig) afwaardering.
Waardebepaling bij verwerving
Bij elke aankoop geldt dat de gemeente marktconform handelt. Een onafhankelijke taxatie vormt de basis voor de prijsonderhandeling en brengt zowel de actuele waarde als de mogelijke ontwikkelwaarde in beeld. Als het college wil afwijken van de getaxeerde waarde, moet dit nadrukkelijk worden gemotiveerd en kan dat alleen wanneer er een zwaarwegend maatschappelijk belang is, bijvoorbeeld bij strategische woningbouwlocaties.
Hoofdstuk 5. › Paragraaf 5.2
Artikel 5.2.1
Verwerving en voorbereiding
Onderdeel van Nota grondbeleid Lingewaard 2026