**1..** Alle begrippen die in deze beleidsregels gebruikt worden en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet en de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
**2..** In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
Algemeen noodzakelijke (bestaans)kosten: kosten die iedereen heeft en waarvoor belanghebbende zelf uit het inkomen moet reserveren, ook bij een inkomen op bijstandsniveau;
Anw: Algemene nabestaandenwet;
Belanghebbende: de inwoner van Tilburg die een beroep doet op ondersteuning vanuit de Participatiewet;
Bijstandsuitkering: de maandelijkse uitkering voor levensonderhoud (financiële ondersteuning) op grond van de Participatiewet voor inwoners van de gemeente die hier tijdelijk niet in kunnen voorzien;
Bijstandsnorm: de maximale van toepassing zijnde uitkeringsbedragen uit de Participatiewet zonder daarbij rekening te houden met een verlaging vanwege kostendelers. De toepasselijke bijstandsnorm hangt af van leeftijd, het eventueel ontbreken van woonlasten/kosten, of iemand studeert, of in een instelling verblijft en de gezinssamenstelling (alleenstaand, alleenstaande ouder, gehuwden);
Bijzondere kosten: kosten die voortkomen uit de bijzondere individuele omstandigheden en die niet iedereen heeft;
College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg;
De wet: Participatiewet;
Draagkracht: de middelen uit inkomen en vermogen zoals bedoeld in artikel 31 van de Participatiewet. Tenzij dit anders is bepaald in de beleidsregels. Draagkracht wordt uitgedrukt in een percentage van het inkomen in relatie tot de van toepassing zijnde bijstandsnorm. Draagkracht is het bedrag aan meer-inkomen dat een aanvrager zelf aan noodzakelijke bijzondere kosten moet besteden, voordat bijzondere bijstand wordt verstrekt;
Duurzame gebruiksgoederen: goederen die nodig zijn om een huishouden te voeren en die een meerjarige economische levensduur hebben;
Echtgen(o)ot(e): als echtgen(o)ot(e) wordt (in ieder geval) bedoeld zowel de gehuwde als ongehuwde die met een ander een gezamenlijke huishouding voert. Voor het begrip echtgen(o)ot(e) wordt aangesloten bij de omschrijving zoals is opgenomen in artikel 3 van de Participatiewet;
Forfaitair: dit is een vast en vooraf vastgesteld bedrag dat is afgestemd op de gemiddelde kosten die een inwoner maakt in een bepaalde situatie en niet uitgaat van de daadwerkelijke kosten;
Huishouden: persoon of groep personen die in hetzelfde huis wonen en waarbij sprake is van het delen van inkomen en uitgaven en de leden van het huishouden zorgdragen voor elkaar;
Inrichting: een instelling voor kort- of langdurige zorg zoals bedoeld in artikel 1 onder f van de Participatiewet;
Meer-inkomen: het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan 120% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm;
Msnp: Minnelijke schuldregeling natuurlijke personen;
Nibud prijzengids: in de Nibud prijzengids staan de meest recente gangbare prijsindicaties voor diverse producten gebaseerd op gemiddelde, landelijk vastgestelde, prijzen voor artikelen;
Noodzakelijke kosten: kosten die iemand moet maken, welke niet uit- of afgesteld kunnen worden en waarvan het niet maken negatieve gevolgen heeft voor het individu;
Periodieke bijzondere bijstand: bijzondere bijstand voor regelmatig terugkerende kosten, die ook regelmatig (veelal maandelijks) wordt uitbetaald;
Reserveringscapaciteit: de ruimte in het maandelijks inkomen om te reserveren voor incidenteel voorkomende noodzakelijke kosten van bestaan. De reserveringscapaciteit voor een inkomen op bijstandsniveau is minimaal 5% per maand;
Statushouders: inwoners van Tilburg die een verblijfsvergunning hebben gekregen op basis van asiel en zich voor het eerst vestigen in Nederland en de bij hen horende gezinsherenigers;
Student: inwoner die staat ingeschreven bij een (erkende) onderwijsinstelling en een MBO, HBO of WO opleiding volgt;
Studietoeslag: de toeslag zoals bedoeld in artikel 36b van de Participatiewet;
Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid: als belanghebbende verwijtbaar en door eigen toedoen een beroep op (een hoger bedrag aan) bijstand moet doen;
Voedingsgeld: het verstrekken van eten en drinken hoort bij een verblijfsindicatie en een volledig pakket thuis. Dit kan in natura of in betaling van een geldbedrag. Bij verstrekking in de vorm van een geldbedrag noemen we dit voedingsgeld;
Vergoedingenlijst bijzondere bijstand: een lijst waarop de vergoedingen staan die niet elders zijn opgenomen (dus niet b.v. Nibud prijslijst of GMD lijst). De vergoedingen op deze lijst worden jaarlijks per 1 januari geïndexeerd met de consumentenprijsindex over het nieuwe jaar, zoals berekend door Schulinck;
Wlz: Wet langdurige zorg;
Wmo: Wet maatschappelijke ondersteuning;
Woonkostentoeslag: bijzondere bijstand die bij een plotselinge daling van het inkomen tijdelijk verstrekt wordt voor het betalen van de huur, hypotheek of onderhoudskosten van de door belanghebbende bewoonde woning;
Wsnp: Wet schuldsanering natuurlijke personen;
Zvw: Zorgverzekeringswet.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Beleidsregels Individuele bijzondere bijstand gemeente Tilburg 2026