**1..** Bij het vaststellen van het inkomen wordt uitgegaan van de in aanmerking te nemen middelen, zoals bedoeld in artikel 31 tot en met 33 van de wet.
**2..** Het college sluit voor de vrijlating van middelen aan bij artikel 31 lid 2 van de wet. Daarnaast worden bij de vaststelling van het inkomen voor de bijzondere bijstand de onderstaande middelen niet meegeteld:
Studietoelage voor directe schoolkosten;
Periodieke uitkering in verband met een particuliere oudedagsvoorziening tot een maximaal bedrag genoemd in artikel 33 van de wet bij aanvragers die de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt;
Tegemoetkoming alleenverdienersproblematiek op grond van artikel 35 en 78jj van de wet;
**3..** Het inkomen wordt vastgesteld inclusief vakantietoeslag.
**4..** De inkomensafhankelijke combinatiekorting voor huishoudens met kinderen telt mee bij het inkomen.
**5..** Het inkomen van belanghebbende (met evt. echtgenoot) die geen algemene bijstandsuitkering ontvangt wordt vastgesteld aan de hand van de inkomensspecificatie van de maand voorafgaand aan de aanvraagdatum. Indien deze specificatie een onvoldoende representatief beeld geeft van het inkomen, dan worden de inkomensspecificaties tot en met 3 maanden voorafgaand aan de aanvraagdatum opgevraagd en dan wordt hier het gemiddelde van berekend, tenzij sprake is van situaties zoals opgenomen in lid 6 en 7 van dit artikel.
**6..** Heeft de belanghebbende een wisselend inkomen dan wordt uitgegaan van het gemiddelde inkomen ontvangen in de drie maanden voorafgaand aan de aanvraagdatum. Op verzoek van de belanghebbende gaan we uit van het inkomen over een langere periode met een maximum van 12 maanden als 3 maanden geen representatieve periode is.
**7..** Is de belanghebbende (startende) zelfstandige, dan wordt uitgegaan van het inkomen op de aangifte inkomstenbelasting van het voorafgaande kalenderjaar.
De berekening van het inkomen uit zelfstandig bedrijf of beroep is als volgt:
Fiscale winst minus een vastgesteld percentage aan inkomstenbelasting van 18%.
**8..** Bij de volgende situaties wordt het inkomen gelijkgesteld aan de bijstandsnorm en gaan we ervanuit dat er geen draagkracht is:
Als de belanghebbende in een Wsnp/ Msnp traject zit;
Als het inkomen alleen bestaat uit AOW;
Als het inkomen alleen bestaat uit Wajong;
Als er sprake is van beslaglegging tot aan een inkomen ter hoogte van de beslagvrije voet.
**9..** In afwijking van lid 8 onder b en c wordt het inkomen niet gelijkgesteld aan de bijstandsnorm wanneer belanghebbende ten tijde van de aanvraag in een instelling verblijft of wanneer een bij zijn ouders woonachtige jongere onder de 21 jaar een Wajong- uitkering ontvangt.
**10..** Bij een gezamenlijke huishouding waarbij slechts één van de echtgenoten is toegelaten in de Wsnp of Msnp wordt in afwijking van lid 8 van dit artikel wel het daadwerkelijke totaalinkomen aangemerkt als inkomen.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.4
Mee te tellen inkomen
Onderdeel van Beleidsregels Individuele bijzondere bijstand gemeente Tilburg 2026