**1..** Voor wat betreft de ingangsdatum van zowel de algemene bijstand, als de uitkering op grond van de IOAW of IOAZ hanteert het college de hoofdregel, zoals neergelegd in artikel 44, eerste lid, PW, respectievelijk artikel 16a, eerste lid, IOAW of IOAZ.
**2..** Bij het toekennen van algemene bijstand, dan wel een uitkering op grond van de IOAW of IOAZ, is afwijking van het bepaalde in het eerste lid slechts mogelijk als de belanghebbende de te late melding vanwege bijzondere omstandigheden redelijkerwijs niet kan worden verweten of als de individuele omstandigheden dusdanig van aard zijn dat terugwerkende kracht noodzakelijk is om bestaanszekerheid te borgen.
**3..** Bepalend voor de duur van de terugwerkende kracht, zoals bedoeld in lid 2 van dit artikel is het moment dat het recht op uitkering ontstond, maar kan tot maximaal drie maanden terug voor datum melding.
**4..** Er is sprake van bijzondere omstandigheden voor het toekennen van bijstand met terugwerkende kracht als de te late aanvraag de aanvrager niet kan worden verweten.
**5..** Er is sprake van individuele omstandigheden voor het toekennen van bijstand met terugwerkende kracht als het in de persoonlijke situatie van de aanvrager onwenselijk is schulden te maken of verder op te bouwen.
**6..** Het is aan de aanvrager om aan te tonen dat er over de periode van de terugwerkende kracht al recht op bijstand bestond en ook het bestaan van bijzondere dan wel individuele omstandigheden die de te late melding verklaren.
**7..** Het college bepaalt of de bijzondere dan wel individuele omstandigheden van dusdanige aard zijn dat het noodzakelijk is om bijstand met terugwerkende kracht toe te kennen.