Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 13.

Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of terugvordering

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Heumen 2026

1.. Wanneer zich nieuwe feiten of omstandigheden voordoen en deze van invloed kunnen zijn op de beslissing, doet de cliënt hiervan zo snel mogelijk mededeling. Deze verplichting geldt ook als er niet expliciet naar gevraagd wordt. Deze mededeling kan bij het college of de andere organisatie gedaan worden. 2.. Het college kan een beslissing tot verstrekking van maatschappelijke ondersteuning of jeugdhulp beëindigen, herzien of intrekken als het college vaststelt dat de cliënt: onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en een andere beslissing was genomen bij juiste of volledige gegevens; de maatwerkvoorziening of het pgb niet langer nodig heeft of er niet langer op aangewezen is; gebaat is bij een andere voorziening, omdat de huidige voorziening niet meer passend is; zich niet houdt aan de voorwaarden van de maatwerkvoorziening of het pgb, of de maatwerkvoorziening of het pgb niet of voor een ander doel gebruikt dan waarvoor het is verstrekt. 3.. Als een cliënt een pgb of maatwerkvoorziening had, waar hij geen recht op bleek te hebben, kan het college de (waarde van de) voorziening terugvorderen van de cliënt. Dit kan alleen als de cliënt begreep of had moeten begrijpen dat hij de voorziening ten onrechte kreeg. Bij pgb kan in plaats van de terugvordering verrekend worden met nog te verstrekken pgb of een andere periodieke uitkering. 4.. Bij een bedrag tot € 150 wordt afgezien van terugvordering.

Rechtspraak bij dit artikel