Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 19.

Weigeringsgronden pgb

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Heumen 2026

1.. Het college kan een PGB weigeren in de volgende gevallen, voor zover deze niet reeds zijn geregeld in de wet: Indien de belanghebbende reeds over een vergelijkbare voorziening beschikt die doelmatig voorziet in dezelfde behoefte; Indien het PGB niet noodzakelijk is om het doel van de maatwerkvoorziening te bereiken; Indien de belanghebbende niet kan aantonen dat hij/zij in staat is om de voorziening op adequate wijze te organiseren en te verantwoorden; Indien het PGB leidt tot onevenredige kosten voor de gemeente in verhouding tot de geboden zorg of ondersteuning; Indien het PGB in strijd zou zijn met algemeen geldende wet- en regelgeving. 2.. Aanvullend daarop wordt een pgb in het sociaal netwerk alleen verstrekt wanneer: de persoon uit het sociaal netwerk aantoonbare deskundigheid/bekwaamheid heeft voor de te bieden hulp. de persoon uit het sociaal netwerk inkomstenderving lijdt omdat diegene minder is gaan werken om (meer) mantelzorg te kunnen blijven bieden. Dit geldt ook voor het moeten organiseren van extra oppas voor andere kinderen, zodat aan het betreffende kind intensieve mantelzorg geboden kan worden. het kind dat zorg ontvangt niet van schoolgaande leeftijd is, behalve wanneer de zorg ook ’s avonds, ’s nachts en in de weekenden nodig is en/of er sprake is van (veelvuldige) schooluitval door de ziekte of beperking. het niet in het belang van de ontwikkeling van het kind is dat er sprake is van professionele distantie; 3.. Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken als blijkt dat het pgb binnen zes maanden na toekenning niet is gebruikt waarvoor het bedoeld is.

Rechtspraak bij dit artikel