Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7. › Paragraaf 7.2

Artikel 31

Toezicht

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Heumen 2026

1.. De toezichthouder onderzoekt of de dienstverlening van de aanbieder redelijkerwijs plaatsvindt of zal plaatsvinden volgens de regels in de wet. In het onderzoek komt de werkwijze, kwaliteit en rechtmatigheid van de ondersteuning aan bod. 2.. Een onderzoek kan steekproefsgewijs of incidenteel (signaalgestuurd) plaatsvinden. 3.. Als uitgangspunt geldt dat een onderzoek aangekondigd plaatsvindt, tenzij de belangen van het onderzoek zich daartegen verzetten. 4.. De volgende typen onderzoek kunnen worden ingezet: kwaliteitscontrole: een onderzoek of de geleverde ondersteuning van goede kwaliteit is; materiële controle: een onderzoek of de door de aanbieder gedeclareerde prestatie is geleverd en of deze prestatie past bij de indicatie; formele controle: een onderzoek of het door de aanbieder gedeclareerde bedrag voortvloeit uit een prestatie die voldoet aan de wet, overeenkomst of het subsidiebesluit; detailcontrole: onderzoek naar bij een aanbieder berustende persoonsgegevens van inwoners. Met de uitkomsten van die onderzoek kan een materiële controle of fraudeonderzoek uitgevoerd worden; fraudeonderzoek: onderzoek waarbij nagegaan wordt of fraude in de vorm van valsheid in geschrifte, bedrog, benadeling van rechthebbenden of verduistering gepleegd is of wordt. Met de fraude wordt een betaling of een ander voordeel verkregen waarop iemand geen recht heeft of kan hebben. Fraude kan gepleegd worden door de aanbieder en de pgb-budgethouder. 5.. De typen onderzoek uit lid 4 van dit artikel worden proportioneel ingezet. Om dit te borgen stelt het college een controleplan op.

Rechtspraak bij dit artikel