Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 8

Criteria voor een maatwerkvoorziening

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Heumen 2026

1.. Een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015 houdt altijd rekening met de uitkomsten van het onderzoek van artikel 5 van deze verordening. De maatwerkvoorziening levert een passende bijdrage aan de behoefte van beschermd wonen en opvang en/of het creëren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot: zelfredzaamheid; participatie; en zo lang mogelijk blijven in zijn eigen leefomgeving; 2.. Een maatwerkvoorziening op grond van de Jeugdwet houdt altijd rekening met de uitkomsten van het onderzoek van artikel 5 van deze verordening. De maatwerkovereenkomst levert een passende bijdrage aan het creëren van een situatie waarin de jeugdige in staat gesteld wordt: gezond en veilig op te groeien; te groeien naar zelfstandigheid, en voldoende zelfredzaam te zijn en te participeren. Daarbij wordt rekening gehouden met zijn leeftijd en ontwikkelingsniveau. 3.. Voor verstrekking van de maatwerkvoorziening respijtzorg, zoals bedoeld in artikel 2.3, derde lid Jeugdwet, en artikel 1.1.1, eerste lid Wmo 2015, om de ouders, c.q. mantelzorger(s) tijdelijk te ontlasten, met als doel hen in staat te stellen om hun rol als verzorgers en opvoeders, c.q. mantelzorg te blijven vervullen is in beginsel tijdelijk tot maximaal 1 jaar. 4.. Het college of de andere organisatie bepaalt in het onderzoek samen met de cliënt wat het beoogde resultaat is van de maatwerkvoorziening, hoe dit resultaat dient te worden bereikt en hoe de voortgang wordt geëvalueerd. De cliënt deelt deze informatie met de (pgb-)aanbieder. 5.. De cliënt en de (pgb-)aanbieder mogen de maatwerkvoorziening niet voor andere resultaten inzetten dan in het onderzoek afgesproken. Alleen in overleg met het college of de andere organisatie kan het beoogde resultaat worden gewijzigd. 6.. Indien de cliënt een verlenging van de maatwerkvoorziening wenst, dient de cliënt zich uiterlijk acht weken voor de einddatum van de maatwerkvoorziening te melden bij het college of de andere organisatie. De melding dient te zijn voorzien van een gezamenlijk met de (pgb-)aanbieder opgesteld evaluatieverslag. De termijn voor het onderzoek zoals bedoeld in artikel 2, lid 3 start pas zodra het evaluatieverslag is aangeleverd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel