Deze nadere regel verstaat onder:
Algemene groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 zoals laatst gewijzigd bij Verordening (EU) 2023/1315, waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2023, L 167);
Activiteiten: verduurzamingsmaatregelen zoals omschreven in bijlage 1;
Asv: de Algemene subsidieverordening gemeente Utrecht;
Awb: Algemene wet bestuursrecht;
Burgemeesteren wethouders: burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht;
De-minimisverklaring: verklaring als bedoeld in Verordening (EU) nr. 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun;
DUMAVA: Regeling van de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening van 22 mei 2025, nr. 2025-0000305917, houdende regels met betrekking tot de stimulering van verduurzaming van maatschappelijk vastgoed;
DuMo:Duurzaam Monumentenadvies;
Grote onderneming: onderneming waar ten minste 250 personen werkzaam zijn en waarvan de jaaromzet €50 miljoen en/of het jaarlijks balanstotaal €43 miljoen overschrijdt;
Kleine onderneming: een onderneming waar minder dan 50 personen werkzaam zijn en waarvan de jaaromzet of het jaarlijkse balanstotaal 10 miljoen EUR niet overschrijdt;
Maatschappelijke ondernemers: maatschappelijke ondernemers zijn organisaties met een maatschappelijke functie. Dit zijn onder andere organisaties binnen de volgende sectoren:
- onderwijs, zoals gebouwen van basisscholen, middelbare scholen, mbo- of hbo-instellingen, kinderopvang of andere instellingen
- zorg, zoals ziekenhuizen, verpleeg- of verzorgingshuizen of andere zorginstellingen
- cultuur, zoals musea, theaters, poppodia of andere instellingen
- sport, zoals amateurverenigingen of andere instellingen
- religieuze instellingen zoals een kerk, moskee, synagoge of andere instellingen.
Maatschappelijk vastgoed: maatschappelijk vastgoed wordt aangemerkt als vastgoed dat wordt gebruikt door maatschappelijke ondernemers. De exploitatie wordt (gedeeltelijk) door gemeentelijke publieke middelen mogelijk gemaakt. Voorbeelden zijn (brede) scholen, buurthuizen, opvangcentra, zorginstellingen, sportaccommodaties, religieuze instellingen, culturele instellingen, bibliotheken en andere voorzieningen met een maatschappelijke functie.
Middelgrote onderneming: onderneming waar minimaal 50 en minder dan 250 personen werkzaam zijn en waarvan de jaaromzet €50 miljoen en/of het jaarlijks balanstotaal €43 miljoen niet overschrijdt
Monument: een onroerende zaak die is opgenomen in het monumentenregister zoals bedoeld in de Monumentenwet 1988, dan wel een onroerende zaak die is geplaatst op de gemeentelijke monumentenlijst zoals bedoeld in de vigerende monumentenverordening.
Projectkosten: kosten van ontwerp, bouwmateriaal, bouwmaterieel, gebouwgebonden installaties, projectmanagement en arbeid, inclusief kosten voor sloop en lood- en asbestverwijdering.
Reguliere de-minimisverordening: verordening (EU) nr. 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PbEU 2023, L 2023/2831)
Verduurzamingsmaatregel: maatregel die aantoonbaar direct leidt tot energiebesparing of reductie van koolstofdioxide-emissies, niet zijnde een gedragsmaatregel.
Artikel 1
Definities
Onderdeel van Nadere regel subsidie verduurzamingsmaatregelen maatschappelijk vastgoed gemeente Utrecht