1. De referendumcommissie toetst het verzoek aan de weigeringsgronden zoals geformuleerd in artikel 2, lid 2. Ten aanzien van de weigeringsgronden zoals bedoeld in artikel 2, lid 2 sub i en artikel 2, lid 2 sub j wint de referendumcommissie nadere expertise in bij het college en de raad.2. De uitkomst van de toetsingen zoals bedoeld in lid 1 en lid 2 wordt op schrift gesteld, onverwijld maar uiterlijk 24 uur voorafgaand aan de betreffende raadsvergadering ter kennis gebracht van de raad en het college en vervolgens ter archivering toegestuurd aan de griffier.3. Als uit de toetsing blijkt dat sprake is van weigeringsgronden zoals bedoeld in artikel 2, lid 2 sub i en artikel 2, lid 2 sub j - of indien daarover verschil van mening bestaat binnen de raad en/of het college of tussen raad en college - wordt de referendumcommissie belast met een nader onderzoek, uitmondend in een advies. In dat geval wordt de beslissing op het inleidend verzoek verdaagd met ten hoogste twee weken.4. De raad besluit:a. of het inleidend verzoek voldoet aan de in artikel 4 gestelde eisen.b. of het inleidend verzoek een raadsbesluit betreft waarover, gelet op het bepaalde in artikel 2, lid 2 een referendum kan worden gehouden.5. De raad kan de behandeling van het inleidend verzoek ten hoogste verdagen tot de volgende raadsvergadering.6. De beslissing op het inleidend verzoek wordt binnen een week na de raadsvergadering bekendgemaakt aan de indiener van het verzoek.