Naar hoofdinhoud
1.. Indien het college in de rechtmatige uitoefening van zijn publiekrechtelijke bevoegdheid of taak schade veroorzaakt die uitgaat boven het normale maatschappelijke risico en die een benadeelde in vergelijking met anderen onevenredig zwaar treft, kent het college de benadeelde op aanvraag een vergoeding toe. 2.. Schade blijft in elk geval voor rekening van de aanvrager voor zover: hij het risico van het ontstaan van de schade heeft aanvaard; hij de schade had kunnen beperken door binnen redelijke grenzen maatregelen te nemen, die tot voorkoming of vermindering van de schade hadden kunnen leiden; de schade anderszins het gevolg is van een omstandigheid die aan de aanvrager kan worden toegerekend; de vergoeding van de schade anderszins is verzekerd; de schade niet uitgaat boven het normale maatschappelijke risico. 3.. Onder het normale maatschappelijke risico als bedoeld in het vorige lid valt in ieder geval: schade die minder is dan € 1000,-; schade voor zover deze het gevolg is van een omzetdaling die niet uitkomt boven de drempelwaarde van 15% van de gemiddelde omzet op jaarbasis, op grond van de jaarrekeningen van de drie jaren voorafgaand aan het schadejaar. 4.. Bij de vaststelling van het normaal maatschappelijk risico worden de drempel genoemd in het derde lid, onder b, toegepast op de gemiddelde omzet op jaarbasis, zoals vermeld in de jaarrekeningen van de drie jaren voorafgaand aan het schadejaar van de economische en/of juridische eenheid (de moedermaatschappij) waar de onderneming die de schade lijdt deel van uit maakt. 5.. Het college kan bepalen dat het in het derde lid onder b genoemde percentage naar beneden wordt bijgesteld tot ten laagste 8%, indien blijkt dat de kostenstructuur van het betreffende bedrijf voor 75% of meer uit vaste kosten is opgebouwd, of als het betreffende bedrijf in drie jaar voorafgaand aan de aanvraag met een schadeoorzaak als bedoeld in artikel 2, eerste lid is geconfronteerd.

Rechtspraak bij dit artikel