Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.1

Artikel 2.1.3.1

Beoordeling aanwezigheid gebruikelijke hulp na melding

Onderdeel van Verordening Sociaal Domein gemeente Meppel

1.. In aansluiting op de artikelen 1.2.1, onder a. en 2.3.5 lid 3 van de Wmo wordt geen maatwerkvoorziening verstrekt voor zover de inwoner de problematiek waarvoor in het gegeven geval een maatwerkvoorziening wordt aangevraagd, kan verminderen of wegnemen: door gebruik te maken van zijn eigen kracht; met gebruikelijke hulp van huisgenoten; met mantelzorg of hulp van anderen uit zijn sociale netwerk; door gebruik te maken van algemene voorzieningen; door gebruik te maken van algemeen gebruikelijke zaken of diensten. 2.. Bij het onderzoek als bedoeld in artikel 2.3.2 lid 4. onder b. van de Wmo beoordeelt het college of er gebruikelijke hulp van huisgenoten als bedoeld in artikel 1.1.1 lid 1 Wmo 2015 beschikbaar is. 3.. Huisgenoten van de inwoner zijn verplicht, als zij daarom gevraagd worden, aan het college de medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van het onder lid 2 genoemde onderzoek, alsmede bij heronderzoek als bedoeld in artikel 2.3.9 van de Wmo. 4.. Het college vraagt een daartoe door hem aangewezen adviseur om advies, indien dat advies naar het oordeel van het college nodig is voor een zorgvuldig onderzoek rond een melding, aanvraag of heronderzoek; 5.. De adviseur moet, afhankelijk van de aard van het onderzoek, aantoonbaar beschikken over: Sociaal-medische kennis op het niveau van een arts; Ergonomische kennis; Bouwkundige/technische kennis; Gedragswetenschappelijke kennis. 6.. Bij de beoordeling als bedoeld in het tweede lid wordt, voor zover daartoe aanleiding is, rekening gehouden met: de samenstelling van de leefeenheid van de inwoner en diens huisgenoot of huisgenoten; de aard van de relatie tussen de inwoner en diens huisgenoten; de inhoudelijke aard, de omvang en de complexiteit van de ondersteuningsbehoefte van de inwoner; de beschikbaarheid en de praktische, lichamelijke en geestelijke mogelijkheden van de huisgenoot of de huisgenoten voor het ondersteunen van de inwoner bij diens zelfredzaamheid en participatie dan wel het zich handhaven in de samenleving; de mate waarin en de wijze waarop de inwoner voorafgaand aan de melding is ondersteund door diens huisgenoot of huisgenoten op het terrein van zelfredzaamheid en participatie dan wel het zich handhaven in de samenleving; overige relevante omstandigheden van de huisgenoot of huisgenoten van de cliënt die redelijkerwijs van invloed kunnen zijn op de mogelijkheid om de inwoner hulp te bieden op het terrein van zelfredzaamheid en participatie dan wel het zich handhaven in de samenleving.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel