Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 5.

Autorisatie begroting en investeringsbudgetten

Onderdeel van Financiële verordening gemeente Weert 2026

1.. De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de totale lasten en de totale baten per programma en het overzicht algemene dekkingsmiddelen (inclusief de prioriteiten en vervangingsinvesteringen). 2.. Bij de begrotingsbehandeling doet het college een voorstel aan de raad welke prioriteiten en vervangingsinvesteringen op een later tijdstip moeten worden aangeboden, via een apart voorstel voor beschikbaarstelling en autorisatie van het budget. Dit gebeurt door middel van het vetgedrukt maken van een prioriteit of vervangingsinvestering. 3.. Voor investeringen en/of exploitatielasten in de loop van het begrotingsjaar die niet in de begroting zijn opgenomen, legt het college vooraf een (investerings-)voorstel aan de raad voor, tenzij het voorstel voldoet aan de onder lid 4 en 5 aan het college gemandateerde besluiten of de onder lid 6 benoemde administratieve wijzigingen. 4.. De raad mandateert het college tot nieuwe of wijziging van geautoriseerde investeringsbudgetten indien: er geen sprake is van nieuw beleid; en er geen wijziging in de doelstellingen van een programma optreedt; en er geen wijziging is van een bestaand investeringsbudget voor meer dan 10% ten opzichte van het laatst door de raad geautoriseerde investeringsbudget; en het investeringsbudget of de verhoging van het investeringsbudget wijzigt met minder dan € 100.000; en de wijziging voor de kapitaallasten voldoet aan de vereisten van lid 5. 5.. De raad verleent het college mandaat om te besluiten tot collegewijzigingen waarbij rekening wordt gehouden met lid 4 voor investeringsbudgetten. Hiervoor is een beslisboom opgenomen in bijlage A. Dit zijn wijzigingen waarbij: er geen sprake is van nieuw beleid; en er geen wijziging in de doelstellingen van een programma optreedt; en het niet gaat om een wijziging ten laste van of ten gunste van het begrotingsresultaat, de post onvoorzien of de algemene reserve, tenzij het gaat om een wijziging van de algemene uitkering; en het gaat om een wijziging van de algemene uitkering (mei-, september-, of decembercirculaire), waarbij de raad via een raadsinformatiebrief zo spoedig mogelijk wordt geïnformeerd; of een budget wordt gevraagd ten laste van een bestemmingsreserve waarvan de besteding van de reserve gemandateerd is aan het college en de besteding overeenkomt met de door de raad gestelde kaders voor de reserve; of het gaat om een budgetneutrale wijziging waarbij de wijziging in de totale lasten en / of de totale baten per programma kleiner is dan € 100.000 en het geen herverdeling van de personele budgetten betreft; of het gaat om een budgetneutrale wijziging van de ontvangen subsidies, waarbij de baten het toegekende subsidiebedrag betreffen en de lasten de besteding van de subsidie conform de voorwaarden. De Raad wordt geïnformeerd via de TILS (ter inzage liggende stukken) lijst indien de subsidie € 100.000 of meer bedraagt; of het gaat om een budgetneutrale wijziging waarbij de baten bestaan uit detacheringsopbrengsten van personeel en de lasten een even grote ophoging van salariskosten of inhuurkosten betreft; of de wijziging betrekking heeft op een anterieure overeenkomst, buitenplanse omgevingsactiviteit of omgevingsvergunning waarbij de baten voor het volledige bedrag in de voorziening worden gestort en besteding plaatsvindt uit deze voorziening; 6.. Administratief mogen de volgende wijzigingen verwerkt worden (conform de beslisboom in bijlage A): budgetneutrale wijzigingen van personele budgetten over programma’s heen (alleen lasten); verschuiving van budgetten naar andere jaren indien het budget uit een reserve komt èn de verschuiving plaatsvindt tussen jaren die vallen binnen de in het oorspronkelijke besluit genoemde periode. 7.. In bijlage A is een beslisboom opgenomen van de bevoegdheden bij begrotingswijzigingen. Deze bijlage maakt integraal onderdeel uit van deze verordening. 8.. Begrotingsafwijkingen die per programma kleiner zijn dan 2% van het programma-budget, met een maximum van € 200.000, worden via vaststelling van de jaarrekening door de raad geaccordeerd.

Rechtspraak bij dit artikel