Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 1.

Definities

Onderdeel van Verordening Leerlingenvervoer Midden-Limburg, gemeente Weert 2026

In deze Verordening wordt verstaan onder: aangepast vervoer: door het college georganiseerd vervoer; afstand: afstand, overeenkomstig artikel 4, zesde lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 8.29, vierde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 en artikel 4, vijfde lid, van de Wet op de expertisecentra, gemeten met ANWB-routeplanner langs de kortste voor de leerling voldoende begaanbare en veilige weg; awb: de algemene wet bestuursrecht; begeleider: ouder of persoon die door de ouders wordt ingezet om de leerling tijdens het vervoer te begeleiden; college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Weert; deskundige: onafhankelijk medisch, psychiatrisch, psychologisch, pedagogisch of verkeerskundig deskundige; eigen vervoer: vervoer per eigen motorvoertuig of fiets dat onder eigen verantwoordelijkheid plaatsvindt; inkomen: inkomensgegeven als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder e, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, in het peiljaar, bedoeld in artikel 4, zevende lid, van de Wet op het primair onderwijs; jeugdhulp instelling: Een instelling waar hulp en zorg wordt geboden zoals bedoeld en beschreven is in de Jeugdwet. Het betreft hulp en zorg aan jongeren en hun ouders bij psychische, psychosociale en of gedragsproblemen, een verstandelijke beperking van de jongere, of opvoedingsproblemen van de ouders. leerling: de leerling die is ingeschreven bij een school; leerling met een beperking: een leerling, die door een lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische beperking niet, of niet zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik kan maken; medisch advies: op schrift gesteld advies van een onafhankelijk medisch deskundige dat is gericht op de reis/vervoersmogelijkheden van een leerling. Dit advies vormt een aanvulling op de door ouders aangeleverde informatie als dat voor het college nodig is om een speciale vervoersvoorziening toe te kennen. openbaar vervoer: personenvervoer dat openbaar toegankelijk is en waarvan iedereen al dan niet tegen betaling gebruik van kan maken; opstapplaats: de opstapplaats bedoeld in artikel 11, eerste lid; ouders: [ouders als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs (WPO), de Wet op de expertisecentra (WEC) of de Wet voortgezet onderwijs 2020 (WVO 2020); persoonlijk vervoersontwikkelingsplan: een schriftelijk plan waarin de activiteiten worden beschreven door middel waarvan de leerling de vaardigheden kan aanleren die nodig zijn om zoveel mogelijk zelfstandig en met het openbaar vervoer of de fiets te reizen; samenwerkingsverband: Samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 18a van de Wet op het primair onderwijs; Samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 28a van de Wet op de expertisecentra of; Samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 2.47 van de Wet voortgezet onderwijs 2020; school: Basisschool of speciale school voor basisonderwijs (SBO) als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs; School voor speciaal onderwijs (SO), voor voortgezet speciaal onderwijs (VSO) of voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs (S(VO))als bedoeld in de Wet op de expertisecentra of; School voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet voortgezet onderwijs 2020; schoolvakantie: vakantie waarvan de datum is opgenomen in de schoolgids; toegankelijke school: toegankelijke school als bedoeld in artikel 4, vijfde lid, onder a, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 8.29, vierde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 en artikel 4, vijfde lid, van de Wet op de expertisecentra, waar plaats is en waarbij de op godsdienst of levensbeschouwing van de ouders of de meerderjarige leerling berustende keuze van een school geëerbiedigd wordt; vervoersontwikkelingsplan: plan dat door de vervoerscoach van de gemeente wordt opgesteld in samenwerking met onder andere de leerling, ouders en scholen, waarin het ontwikkelingsperspectief van een leerling in het leerlingenvervoer wordt doorgesproken en doelen gericht op zelfstandig reizen worden geformuleerd; vervoersvoorziening: Vergoeding van fietsvervoer voor de leerling en zo nodig van diens begeleider; Vergoeding van openbaar vervoer voor de leerling en zo nodig van diens begeleider; Aanbieding van aangepast vervoer voor de leerling en zo nodig voor diens begeleider; of Vergoeding van eigen vervoer voor de leerling; woning: woning waar de leerling feitelijk en structureel verblijft.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel