**1..** De bestuurder handelt in de uitoefening van zijn ambt niet zodanig dat hij vooruitloopt op een functie na aftreden.
**2..** De bestuurder bespreekt met de burgemeester het voornemen tot aanvaarding van een functie na aftreden, wanneer er bij die functie sprake is van een (schijn van) belangenverstrengeling.
**3..** De bestuurder wordt de eerste twee jaar na de beëindiging van zijn betrekking uitgesloten van het tegen betaling verrichten van werkzaamheden voor de gemeente op het terrein van zijn voormalige portefeuille. Hieronder vallen ook werkzaamheden via een (andere) rechtspersoon, waarbij hij een overwegende feitelijke zeggenschap heeft. Van de werkzaamheden zijn het raads- en wijkraadslidmaatschap en een dienstbetrekking bij de gemeente uitgezonderd. De burgemeester kan in bijzondere gevallen uitzonderingen toestaan op deze bepaling als toepassing ervan leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.
**4..** De bestuurder wordt gedurende de eerste twee jaar na beëindiging van zijn betrekking uitgesloten van het optreden als bemiddelaar, lobbyist of tussenpersoon in zakelijke contacten met de gemeente binnen zijn voormalige portefeuille.
**5..** Het college draagt de (oud-) burgemeester of een (oud-) wethouder niet eerder dan een jaar na aftreden voor als kandidaat voor benoeming tot commissaris dan wel bestuurslid van een verbonden partij. Onder verbonden partij wordt verstaan hetgeen hieronder wordt verstaan in artikel 1.1 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.5
Afspraken over functies na aftreden
Onderdeel van Gedragscode voor burgemeester en wethouders gemeente Utrecht