Naar hoofdinhoud

Artikel 4.2.5

Intrekken toestemming tot exploitatie als vorm van handhaving

Onderdeel van APV Heusden

Er zijn verschillende redenen waarom het college de toestemming tot exploitatie (vergunning) van een kinderopvangvoorziening kan intrekken: als blijkt dat de houder de kinderopvangvoorziening niet langer exploiteert; als de exploitatie van de voorziening drie maanden na de inschrijving in het LRK niet is gestart; als het de houder na sluiting van een locatie niet lukt om (binnen redelijke termijn) de overtredingen structureel op te heffen, dan kan het college de toestemming tot exploitatie (vergunning) intrekken. Ook als een houder de kwaliteitseisen structureel niet naleeft, na verbetering opnieuw overtredingen begaat, veel en/of ernstige overtredingen of overtredingen die redelijkerwijs niet kunnen worden hersteld, sluit het college de kinderopvang permanent. Dit doet zij door de toestemming tot exploitatie (vergunning) in te trekken en de voorziening te verwijderen uit het LRK. Het intrekken van de toestemming tot exploitatie (vergunning) is een uiterste handhavingsmaatregel. Het college probeert eerst met lichte maatregelen herstel te bereiken. De toestemming wordt ingetrokken als eerdere maatregelen, zoals een waarschuwing, dwangsom of exploitatieverbod, niet het gewenste herstellende effect hebben. De gemeente publiceert het intrekken van de toestemming tot exploitatie (vergunning) en de uitschrijving uit het LRK in de gemeenteberichten. Dit geldt niet voor een voorziening voor gastouderopvang. Bij een gastouder gaat het college sneller over tot sluiting van de opvangvoorziening en intrekking van de toestemming. De kwaliteit van de opvang is sterk verbonden aan de gastouder. Het college verwacht daarom geen verbetering na herhaling van overtredingen.