Naar hoofdinhoud

Artikel 5.3

Gevolgen van een Bibob-onderzoek bij vastgoedtransacties

Onderdeel van Beleidsregel Wet Bibob Waterland 2025

1.. De gemeente zal in beginsel overgaan tot het afbreken van de onderhandelingen, indien uit het eigen onderzoek en/of een eventueel daarop afgegeven advies van het Bureau blijkt dat ten minste een van de onderstaande situaties zich voordoet: er is sprake van ten minste een mindere mate van gevaar dat de vastgoedtransactie mede zal worden gebruikt om uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten; er is sprake van ten minste een mindere mate van gevaar dat in of met de onroerende zaak waar de vastgoedtransactie betrekking op heeft mede strafbare feiten zullen worden gepleegd; er is sprake van feiten en omstandigheden die erop wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden dat de betrokkene in relatie staat tot ernstige strafbare feiten die naar het oordeel van de gemeente van dusdanige ernst zijn dat zij het afbreken van de onderhandelingen rechtvaardigen (ongeacht de mate van gevaar); er is sprake van feiten en omstandigheden die erop wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden dat ter verkrijging van de vastgoedtransactie een strafbaar feit is gepleegd; de betrokkene heeft nagelaten de op grond van artikel 7a van de Wet Bibob gevraagde gegevens en bescheiden te verschaffen en/of heeft nagelaten de vragen die hem door de gemeente zijn gesteld op basis van dat artikel binnen de door de gemeente gestelde termijn volledig te beantwoorden; de betrokkene heeft nagelaten de op grond van artikel 12 van de Wet Bibob gevraagde gegevens en bescheiden te verschaffen en/of heeft nagelaten de vragen die hem door het Bureau zijn gesteld op basis van dat artikel binnen de door het Bureau gestelde termijn volledig te beantwoorden. 2.. In de gevolgen van een Bibob-onderzoek dat is gestart na de totstandkoming van een vastgoedtransactie, wordt bij overeenkomst voorzien.

Rechtspraak bij dit artikel