Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Voorwaarden

Onderdeel van Beleidsregel Woningsplitsing gemeente Borger-Odoorn

Het college kan een omgevingsvergunning verlenen als blijkt dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (in het vervolg: ETFAL) en onder de navolgende voorwaarden: De woning Het te splitsen gebouw is een zelfstandige woning, niet zijnde een bedrijfswoning of recreatiewoning en staat op grond waarop een woonbestemming rust ingevolgde de bepalingen uit het omgevingsplan. Het gebouw dient het hoofdgebouw te zijn; Het toevoegen van extra woningen past binnen de gemeentelijke woningbehoefte; De woning is minimaal 15 jaar oud, op basis van het jaar van aanvragen en het bouwjaar van de woning zoals aanwezig in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG); Splitsen is toegestaan van één zelfstandige woning naar maximaal vier zelfstandige woningen. De te splitsen woning heeft minimaal 150 m² gebruiksoppervlakte. Na splitsing heeft iedere woning afzonderlijk een gebruiksoppervlakte van minimaal 60 m², waarbij een gemiddeld gebruiksoppervlakte geldt van ten minste 75 m². Splitsing dient inpandig plaats te vinden. Uitbreiding van het bebouwd oppervlak om aan deze minimale oppervlakte te voldoen is niet toegestaan; Het erf Bij woningsplitsing mag de inrichting van het erf geen verandering in het straatbeeld veroorzaken. Het realiseren van schuttingen, hoge erfafscheidingen of vergelijkbare bouwwerken aan de straatzijde is niet toegestaan; Het is niet toegestaan om na splitsing nieuwe bijbehorende bouwwerken op te richten, met uitzondering van vergunningsvrije bouwwerken of bouwmogelijkheden die op grond van het omgevingsplan voor de oorspronkelijke woning gelden; Een extra in- of uitrit is toegestaan, mits hiervoor een inritvergunning wordt aangevraagd. Dit kan uitsluitend per perceel als er sprake is van kadastrale splitsing. Een aanvraag voor een extra in- of uitrit maakt deel uit van het verzoek en wordt getoetst aan de ‘Beleidsregel uitritten’. De aanvrager dient voorafgaand aan de splitsing bij de gemeente te laten toetsen of en op welke wijze aansluiting op water- en rioleringsvoorzieningen kan plaatsvinden. De aanleg en bekostiging van de aansluiting op eigen terrein is de verantwoordelijkheid van de aanvrager, waarbij de gemeente uitsluitend vuilwater in ontvangst neemt bij de kavelgrens; Parkeren dient op eigen terrein te worden opgelost, de parkeerbehoefte wordt berekend volgens actuele CROW-parkeercijfers, waarbij de maximale waarden gelden. Een lagere norm kan uitsluitend in overleg en met motivering worden toegepast. De initiatiefnemer levert ter beoordeling een tekening aan waarop de parkeeroplossing is weergegeven; Aanvullend De initiatiefnemer sluit met de gemeente een overeenkomst waarin wordt vastgelegd dat hij verantwoordelijk is voor eventuele nadeelcompensatie die voortvloeit uit het splitsingsinitiatief; De initiatiefnemer dient direct omwonenden tijdig te informeren over het voornemen tot woningsplitsing en hiervan een waarheidsgetrouw verslag op te stellen en aan de gemeente te overleggen; Voor monumentale, karakteristieke en beeldbepalende panden gelden aanvullende voorwaarden, conform het omgevingsplan en met inachtneming van de cultuurhistorische waardenkaart. Het college kan overwegen om splitsing toe te staan om de exploitatie van deze panden haalbaar te maken. Aan monumenten, karakteristieke en beeldbepalende panden kleven vaak veel onderhoudskosten die kunnen worden ‘terugverdiend’ door middel van het verhuren van ruimtes. Woningsplitsing zorgt daarbij dus voor instandhouding. Een aanvrager moet een splitsingsvergunning aanvragen welke getoetst zal worden door de gemeente. Naast de bovengenoemde criteria vragen we voor monumenten een aantal extra’s: Laat een bouwhistorisch onderzoek uitvoeren met waardestelling uitvoeren [Volgens URL 2007 Versie 1.1 – 28 maart 2024] en betrek daar ook de stedenbouwkundige context bij. Op basis van het historisch onderzoek werkt de initiatiefnemer een plan uit voor woningsplitsing. Het uitganspunt is hierbij het behoud van de in de waardestelling benoemde cultuurhistorische waarden van het ex- en interieur. De gemeentelijke Adviescommissie voor de omgevingskwaliteit of de Rijksdienst voor het Cultureel erfgoed geeft advies over het wel of niet verlenen van de vergunning voor woningsplitsing. Voor karakteristieke en beeldbepalende panden geldt ook dat de waardevolle bouwvormen en karakteristieke elementen behouden moeten worden. Dit neemt de gemeente mee in het wel of niet verlenen van de vergunning voor woningsplitsing. Zie voor meer informatie ook de verordening op de gemeentelijke Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit Borger-Odoorn en het voorbereidingsbesluit Monumenten Borger-Odoorn.

Rechtspraak bij dit artikel