Naar hoofdinhoud

Artikel 2.

Buitengewone kosten

Onderdeel van Nadere regels opvang ontheemden Oekraïne gemeente Bronckhorst

1.. Het college kan een vergoeding voor buitengewone kosten aan de ontheemde verstrekken. 2.. Bij het vergoeden van buitengewone kosten als bedoeld in artikel 6 lid 1 onder e, 11 en artikel 12 lid 9 van de regeling, wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de uitvoering van de individuele bijzondere bijstand als bedoeld in artikel 35 lid 1 van de Participatiewet, met inachtneming van de volgende artikelleden. 3.. Bij het vergoeden van buitengewone kosten wordt rekening gehouden met eigen draagkracht. De draagkracht wordt per gezin bepaald op 10% van het gezamenlijk leefgeld als omschreven in artikel 10 en artikel 12 lid 2, 3, 4 en 5 van de regeling, gedurende 12 maanden. Onder buitengewone kosten wordt onder andere verstaan: reiskosten voor een verblijfsrechtelijke procedure; kosten om acute persoonlijke medische redenen, tenzij de zorgverzekeraar deze kosten bij het CAK kan declareren op grond van de Subsidieregeling medisch noodzakelijke zorg aan onverzekerden (SOV) of als de kosten gedekt worden door de Zorgverzekering; reiskosten voor medische zorg in bijzondere gevallen; reiskosten door middel van het verstrekken van een Meedoenpas (Arriva) voor leerlingen 18+ die MBO, Hbo- of WO-onderwijs volgen buiten de gemeente kosten voor de vangnetregeling uit de Wet op de lijkbezorging (Wlb): als de nabestaanden niet kunnen of willen zorgdragen voor de laatste bestemming van het lichaam of er geen nabestaanden zijn of te achterhalen zijn, draagt op grond van artikel 21 Wlb de burgemeester daarvoor zorg. 4.. Er is geen recht op een verstrekking voor zover een beroep kan worden gedaan op een voorliggende voorziening die, gezien haar aard en doel, wordt geacht voor de persoon toereikend en passend te zijn. 5.. De buitengewone kosten worden maximaal met 1 maand terugwerkende kracht verstrekt, gerekend vanaf de eerste dag van de maand waarin de kosten schriftelijk zijn aangevraagd bij de sociaal-consulent. 6.. Bij het vaststellen van de hoogte reiskosten wordt uitgegaan van de kosten van openbaar vervoer. Wanneer dit niet mogelijk is dan wordt de bijstand verstrekt voor vervoer per auto voor de kortste route volgens de ANWB-routeplanner. Daarbij wordt de maximale kilometervergoeding toegepast zoals opgenomen in artikel 31a van de Wet op de Loonbelasting 1964.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel