In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
APV:
Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Den Haag;
autoluwe straat:
straat waar het zonder ontheffing, vrijstelling of uitzonderingsregel verboden is met een motorvoertuig te rijden, die doodloopt voor motorvoertuigen en waar geen openbare parkeergarage of andere openbare voorziening voor motorvoertuigen aanwezig is, of die fysiek is afgesloten voor motorvoertuigen;
BIZ:
bedrijveninvesteringszone volgens de Wet op de bedrijveninvesteringszones, zijnde een gebied in Den Haag waar ondernemers, winkeliers of vastgoedeigenaren gezamenlijk verenigd zijn;
brandweervoorzieningen:
voorzieningen in, op of aan de openbare ruimte die noodzakelijk zijn voor de inzet van de brandweer en andere hulpdiensten, waaronder ondergrondse brandkranen, droge blusleidingen, opstelplaatsen, aansluitpunten, calamiteitenroutes, brandveiligheidsvoorzieningen, brandweeringangen, en dergelijken;
college:
college van burgemeester en de wethouders van Den Haag;
eilandterras:
een terras dat niet direct grenst aan de gevel van een gebouw of bouwwerk, maar dat tegenover of los (vrijstaand) van de gevel is geplaatst;
gevelterras:
een terras dat direct grenst aan de gevel van een gebouw of bouwwerk;
gevel van het bijbehorende bedrijfspand:
de buitenmuur van het bedrijfspand dat direct aan de openbare ruimte grenst. Dit is het deel waar een terras direct tegenaan geplaatst kan worden. Ingangen die in het midden van de gevel zitten of gedeelde portieken, maken hier geen deel van uit;
hoofdwinkelstructuur:
een ruimtelijk netwerk van winkelconcentraties in Den Haag dat voor de consument (bewoners, werknemers en bezoekers/toeristen) zo fijnmazig als mogelijk is, maar voor ondernemingen grofmazig genoeg is om rendabel te kunnen functioneren;
inrichtingsplan:
een tekening voor de plaatsing van terrassen op (terras)pleinen en in straten na herinrichting, na advies te hebben ingewonnen bij de vergunningaanvrager(s),vergunninghouders en, indien relevant, andere belanghebbenden. Dit gebeurt minimaal 4 maanden voordat de laatst lopende vergunning(en) aflopen;
jaarterras:
een terras dat wordt geplaatst in een heel terrasjaar;
maaiveld:
de bovenkant van het grondoppervlak;
ongelijke omliggende bestrating:
de situatie waarin het maaiveld binnen 1 meter rondom het beoogde parkeerplaatsterras niet op één hoogte of één vlak niveau ligt, bijvoorbeeld door trottoirbanden, waardoor het terras zonder aanvullende maatregelen niet gelijkvloers toegankelijk is. Vlonders zijn alleen toegestaan op parkeerplaatsterrassen die worden begrensd door trottoirbanden;
openbare functies:
vormen van publiek gebruik van de openbare ruimte die vrij toegankelijk zijn en die niet primair gericht zijn op commerciële exploitatie, zoals verblijf, ontmoeting, beweging of maatschappelijke activiteiten, waaronder markten, evenementen, zit- en wandelplekken, standplaatsen, speelruimte, en dergelijken;
openbare voorzieningen:
fysieke objecten en installaties in de openbare ruimte die een publieke functie vervullen en noodzakelijk zijn voor het gebruik, beheer, veiligheid of bereikbaarheid van die ruimte, waaronder fietsnietjes, groenvoorzieningen, zitbanken, speelruimte, elektrische laadpalen, en dergelijken;
parkeerplaatsterras:
terras dat is ingericht op één of meerdere parkeerplaatsen volgens de bestaande markeringen of, bij afwezigheid van deze markeringen, gebaseerd op de gevelbreedte van het bijbehorende bedrijfspand;
parkeerplaatsterrasvlonder:
een direct verplaatsbare, tijdelijke, volledige platte, losse, niet-constructieve vlonder zonder verankering in de grond, met uitsluitend losse, verplaatsbare terraselementen, die wordt geplaatst in het zomerterrasseizoen, op het maaiveld van een parkeerplaats, met als doel een parkeerplaatsterras op gelijke hoogte te brengen met de omliggende bestrating voor toegankelijkheid en veiligheid;
pleinen:
openbaar toegankelijke, aaneengesloten verblijfsruimten in de openbare ruimte die primair zijn ingericht voor verblijf, ontmoeting en gebruik door voetgangers. Op deze pleinen worden beperkt terrassen toegestaan en is horeca niet hoofdzakelijk gevestigd;
solitair eilandterras:
een afzonderlijk eilandterras dat op zichzelf staat en geen andere eilandterrassen in de directe omgeving heeft;
straatmeubilair:
verplaatsbare of vaste objecten in de openbare ruimte die zijn bedoeld ter ondersteuning van het gebruik, verblijf en beheer van die ruimte, waaronder lantaarnpalen, anti-parkeerpalen, verkeersregelinstallaties, verkeersborden, parkeerautomaten, lichtmasten, en dergelijken;
terrasjaar:
de periode waarin een jaarterras geplaatst mag worden, namelijk van 1 maart tot 1 maart van het daaropvolgende kalenderjaar;
terrasplein:
een plein dat bestaat uit een aaneengesloten terraszone, waar hoofdzakelijk horeca is gevestigd. Er zijn acht terraspleinen: Plein, Plaats, Grote Markt, Anna Paulownaplein, Driehoekjes, Visbanken, Rabbijn Maarssenplein en Stationsweg tussen Oranjelaan en Stationsplein;
terraszone:
de maximale terrasruimte op een plein, straat of ander gebied, bestaande uit de maximale breedte en diepte waar terrassen mogen worden geplaatst, aangegeven in het inrichtingsplan;
veiligheidszone:
een vrije ruimte rondom brandweervoorzieningen, bijvoorbeeld een cirkel van 1,5 meter of een vierkant van circa 3 × 3 meter of 10 × 5 meter, afhankelijk van het type voorziening, die vrij moet blijven van obstakels om de bereikbaarheid en inzetbaarheid van nood- en hulpdiensten te waarborgen;
volledige parkeerplaats:
de ruimte op een parkeerplaats die volledig wordt gebruikt volgens de bestaande markeringen;
zichtlijnen:
een denkbeeldige, ononderbroken lijn of zone die vrij moet blijven van obstakels om het zicht en de zichtbaarheid te waarborgen voor verkeersveiligheid, sociale veiligheid, oriëntatie en ruimtelijke kwaliteit;
zomerterras:
een terras dat in het zomerterrasseizoen wordt geplaatst;
zomerterrasseizoen:
de periode die loopt van 1 maart tot 1 november.
Hoofdstuk 1
Artikel 1:1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Beleidsregel vergunningverlening terrassen Den Haag 2026